Gudy 的个人资料Gudy Rooijakkers reisfot...照片日志列表更多 工具 帮助

日志


    10月27日

    Fietsen in Syrië

    Twee fietsers reizen in Syrië en maken kennis met de eindeloze gastvrijheid van de bevolking.  

    “Marhaba, where are you from”?

     

    Een slok koffie

    Fietsend op weg naar het zuiden van Syrie zien we vele pick-ups rijden volgepropt met schapen. We fietsen langs vele kleine veemarkten waar de beesten verkocht werden. Over een paar dagen is het schapenslachtfeest. Kleurige tapijten hangen te drogen in de zon en de huisraad staat buiten. Iedereen helpt mee om alles schoon te krijgen voordat het feest begint. We krijgen talloze keren thee en koffie aangeboden. Koffie wordt hier gebrand boven het vuur in een lange steelpan en daarna gestampt in een ouderwetse houten koffiestamper. Deze sterk gezette koffie wordt gekruid met kardamon en kaneel. Het wordt in een klein kopje wordt het opgediend. Je krijgt maar slechts een slok, als je genoeg hebt zeg je “shukran”, wil je nog meer schud je met je kopje. In Bosra maken we voor het eerst kennis met de vele oudheden die Syrie te bieden heeft, namelijk Bosra heeft een van de mooiste Romeinse theaters van de wereld. In dit theater speelt een groepje jongens een partij voetbal, en er wordt gepicknickt. ‘s Avonds dwalen we in de donkere gangen van het theater en even ben je in heel andere tijd aangekomen.

     

    Restaurant ja of nee?

    We fietsen een dag later door Jebel el Druz. Het landschap is glooiend en de velden staan in bloei, het is maart en de lente is hier op zijn hoogtepunt. Deze streek wordt bewoond door de Druzen. Hun religie, voortkomend uit de extreem isma’ilitische Sji’a, kent neoplatonische, en andere elementen, o.a. het geloof in zielsverhuizing, zodat weinig van de oorspronkelijke islam is bewaard.

    Na een tijdje zoeken naar een theehuis, vinden we een huis met op het dak een geel bord met een grote Arabische koffiepot en in het Arabisch geschreven? “Restaurant Ali baba”  zeggen we tegen elkaar, en we parkeren de fietsen op het terras en lopen de openstaande deur in. In het midden van de kamer staat een zoubia (kachel) met rondom een tafel met koffie, thee, koek en snoep. Op de bank zitten mensen van jong tot oud vreemd naar ons te kijken. Nu kijkt iedereen toch vaak vreemd in dit soort dorpjes als je met de fiets bent,  maar toch besluipt ons het gevoel dat we misschien niet in een restaurant zitten. Er komt een jongen naar ons toe en hij vraagt in gebrekkig engels “Where are you from, and what do you want?”.  Toch een restaurant, maar de jongen die  Moneer heet, maakte ons duidelijk dat we bij een Druzenfamilie zijn. Zo raken we in gesprek over zaken die iedereen bespreekt in dit soort landen, bijvoorbeeld over getrouwd zijn, kinderen, beroep en Nederland.

    We drinken gezamelijk Maté, dit is een Zuid-Amerikaanse kruidendrank door Syrische gastarbeiders uit Venezuela meegenomen. De Druzen drinken dit in gezelschap en de bereiding word ook temidden van de gasten gedaan. Het glas met kruiden word aangevuld met suiker en warm water, en dan leeggedronken, als je genoeg hebt zeg je “grazie”. Het glaasje wordt daarna weer gevuld met suiker en warm water en dan drinkt de volgende in de kring.  Het is de eerste dag van het schapenslachtfeest en de Druzen vieren dat toch anders als de soenistische of shi’itische moslims. Ze brengen elkaar een kort bezoek om dan weer snel naar het volgende adres te gaan. Zo bezoeken we met Moneer allemaal vrienden en iedereen is vereerd om ons hun huis te laten zien. De begroeting hier gaat als volgt; je schud elkaar de hand, dan volgt en omarming en dan wordt je door een wildvreemde man of vrouw op iedere wang twee keer gezoend. Daarna krijg je koffie, thee en zoetigheid aangeboden.

    Moneer vertelde over het Mausoleum van de Sultan en we gaan het met zijn drieeën bezoeken.  De bouw van het mausoleum van de sultan staat stil want, de sultan was een Druus en president Al-Assad is een Alawiet, hierdoor is er dus weinig geld voor dit soort projecten beschikbaar. Als we terug komen heeft de moeder van Moneer heeft een heerlijke maaltijd voor ons bereid. We nemen plaats op de grond rondom de zoubia op een kleurig tapijt. De Druzen eten dus geen schaap maar een enorme schaal met brood en veel schaaltjes met groenten en andere lekkere gerechten. Ondanks het slechte Engels van Moneer leren we wat over de Druzen. Ze noemen zich het meest gastvrije volk van Syrie. Druzen gaan nooit naar een moskee, ze bidden in hun hoofd. De essentie van dit geloof word doorgegeven door wijze mannen (oekal) boven de vijftig vaak met baard,  een witte tulband en zwarte kleding. Het gevolg is dat vrouwen en jonge mannen niet alles van dit geloof te weten kunnen komen, maar er wel over discussieren. De volgende ochtend is de vriend van Moneer aan de beurt, hij verzorgt samen met zijn vrouw het ontbijt wat veel lijkt op het avondeten. Daarna gaan we nog een aantal keer op visite, en de mensen die we bezoeken willen niet dat we hun vergeten en bij het afscheid krijgen we kadootjes. Moneer vraagt ons  nog twee dagen langer te blijven. Een moment twijfelen we even,  maar we hebben nog een lange weg  te fietsen door Syrie  Uiteindelijk om twee uur s’middags nemen we van Moneer en zijn gastvrije familie. We krijgen als afscheidscadeau een zakje maté en een maté zuiglepeltje mee. Als we omkijken zien we een hartelijke familie uitbundig zwaaien. Dat vergeten we nooit meer.

     

    Van Damascus richting de kust

    We fietsen richting  Damascus en onderweg zien we vele malen het portret van ex-president Hafez al Assad boven propaganda borden zoals; de vlag van de gezamelijke arabische staten (Arabistan), gevechtsvliegtuigen, de stuwdam en fabrieken. In Damascus blijven we een paar dagen en bezoeken de Omayadenmoskee, waar het hoofd van Johannes de Doper begraven zou liggen. In deze moskee is het een gezellige drukte, behalve dat ik een zwarte chador aan moest, heerste er een ontspannen sfeer. Kinderen doen een hardloopwedstrijd in de moskee, en er wordt gepicknickt op het plein. Vervolgens bezoeken we de kleurrijke, kitscherige Souq-al-Hamadiyyeh. Een paar dagen later fietsen we de stad uit richting het noorden waar veel Christenen wonen.  Het Anti-Libanongebergte is schitterend en er ligt nog sneeuw op de toppen. In het gebergte moeten ook nog kluizenaars wonen. We bezoeken wat dorpjes met kerken en maken een orthodox doopfeest mee. Ook bezoeken we het pittoreske tegen de rotsen gebouwde stadje Maalula. In het dorp staat een van de oudste kerken ter wereld met een altaar uit 300 na Christus en de beroemde ‘icoon der wonderen’. De meeste bewoners zijn Grieks-orthodox en spreken Aramees, (de taal van Jezus Christus).  Na alle gastvrijheid van de bevolking in het zuiden verlangen we er naar om wild te kamperen. Het is volle maan en op een hondvrije plaats met uitzicht op het Anti-Libanon gebergte  zetten we de tent op.  De volgende dagen brengen we een bezoek aan Craq de Chevaliers, het grootst bewaarde kruisvaardersburcht in het Midden Oosten. De 4 kilometers vanuit het dorp naar het kasteel waren rond de 18%, dus dat werd het grootste gedeelte lopen. Richting de kust doet het landschap Europees aan de wegen zijn rustig en het ruikt hier heerlijk naar de geur van de bloeiende wilde bloemen. In een dorpje op weg naar Safita stoppen we om wat te gaan eten, tot we er een man aan komt rennen en ons twee broodjes aanbiedt, die net uit de oven komen. Even verder krijgen we een grote zak sinaasappelen aangeboden door een oude in het zwart geklede vrouw. Boven de zee hangen donkere wolken en die komen helaas langzaam onze richting op. In Safita slenteren we ’s avonds wat door de straatjes en lopen één van de vele snoepwinkels in. We zoeken marsepein en bonbons uit en laten het wegen. Heel verbaasd waren we toen we niets hoefden te betalen. De volgende ochtend wilden we de man een geschenk geven als dank en kregen we hier thee aangeboden. In zijn rommelige kleine kamertje stond de televisie hard en er was een arabische soapserie aan de gang, met als onderbreking reclame, propaganda en anti-zionistische televisie. Het regende helaas nog steeds en we besloten het kustgebergte weer te verlaten. Door regen, kou en wind fietsten we via een prachtig kalksteengebergte naar Mousyaf om van daaruit naar Hama te gaan.

     

    Bureaucratie in Syrië

    Ons geld was ook opgeraakt en bij de Nationale bank van  Syrië werden we teruggestuurd naar Damascus omdat zij onze travellercheques niet vertrouwden. We waren een beetje chagrijnig hierdoor geworden, maar gelukkig kregen we hulp. Een niet-bureaucratische Syrier bracht ons naar een slagerij, waar het inwisselen van een travellercheque geen probleem was. Bij de immigration office in Hama, waar we onze visa moeten verlengen, maken we wederom kennis met de bureaucratie van Syrie. Ze laten ze je gerust een uur wachten, terwijl de ambtenaar zijn nagels aan het knippen en vijlen is.  Hama in 1982 in opstand gekomen tegen de regering en is daarom op bevel van president Al- Assad gebombardeerd.  De stad was bolwerk van de Moslim Brotherhood  en de regering voelde zich bedreigd. Naar schatting vielen er 25000 doden en vele mensen werden gevangen genomen. In Hama nemen we het besluit om de weg door de steppe te fietsen richting  Aleppo. We missen dan Apamea, een romeinse opgraving ten noordwesten van Hama. Maar je kunt in vier weken helaas niet alles.  Net buiten Hama belanden we op een veemarkt. Zou hier de MKZ-crisis ook al uitgebroken zijn? Maar er is hier niemand die engels spreekt om het aan te vragen. Volgens de wereldradio zou het in Libanon wel het geval zijn.

     

    Een overval?

    Twintig kilometer verder worden we uitgenodigd  bij een familie. Hun huis is versierd met slingers en er zijn schilderingen van Mekka en een vliegtuig op de muren. De opa en oma, die hun hele leven gespaard hebben voor de Hadj waren net terug met het vliegtuig uit Mekka. Hadj is een van de vijf zuilen van de Koran. We werden opnieuw verwend met thee en zoetigheid.

    ’s Avonds arriveerden we bij Qasr ibn Wardan, en zetten achter deze byzantijnse ruine de tent op. We werden bij het tent opzetten geassisteerd door twee arabieren in lange witte jurken en rode arafathoofddoeken, die ons uitnodigen voor thee, eten en een overnachting. We maken duidelijk dat we wel thee willen en volgen hun naar een bedoeienentent. Een van de mannen is valkentrainer en verkoopt de dieren aan rijke Saoudiers, die in Syrie bekend staan om hun geldverkwisting.  

    De volgende dag vertrekken we vroeg omdat we hadden verwacht dat er nog piste zou komen, maar de hele weg naar Aleppo was strak geasfalteerd en dat voor die twee auto’s per dag die er rijden. Tijdens een pauze stopte er een man op een brommer en probeerde in het arabisch een gesprek met ons aan te knopen. Toen hij merkte dat het te vergeefse moeite was pakte hij zijn radio en zette die luid aan. Daar ging onze rust en we besloten om verder te fietsen langs de bijenkorf huisjes, die typerend voor deze streek zijn.  Na een middag fietsen in een vlak landschap vergelijkend met de Flevopolders, moeten we tegen de avond toch een kampeerplek vinden. We lopen een klein paadje in tussen de ingezaaide akkers zetten we de tent op. Helaas werden we om twee uur gewekt door het geluid van zware motoren. Drie grote vrachtwagens rijden het smalle pad op recht op onze tent af. Geschrokken keken we de acht truckers aan die onze tent hadden opengemaakt.  In slecht engels maken ze ons duidelijk dat we hier niet kunnen slapen vanwege de kou. Onze slaapzak showen we aan ze en dan volgt een discussie in het Arabisch. Een van de mannen roept: “kom mee naar Aleppo dan gaan we feesten en zoeken we een hotel”. “ Nee, we willen slapen”, was ons vermoeide antwoord. Er volgde weer een hoop gekwetter, en dan roept er één “jullie hebben geen eten, dat is niet goed”. Door deze manier van communiceren bleven we in de tent en laten we het eten zien. Na een kwartier concludeert het achttal dat we echt niet mee willen en ook nergens behoefte aan hebben.  We kijken elkaar opgelucht aan en zien 10 minuten later de vrachtwagens steeds kleiner worden.

     

    Vier woorden Engelse taal

     De volgende willen we zo snel  mogelijk naar Aleppo fietsen en ontbijten stevig. Na zeven kilometer komen we in een mooi dorpje met lemen huisjes. We besluiten toch een rondje door het dorp te maken voor wat foto’s. Alle dorpskinderen rennen achter ons aan en weer worden we uitgenodigd. Onze gastheer dit keer heet Abdelkarim. Hij spreekt net als bijna iedereen in Syrië bijna geen engels. Zijn woordenschat in deze voor hem exotische taal reikt tot ongeveer vier woorden. Hij noemt John miss teacher, en de andere woorden zijn because en why. Hij vult de rest van zin aan met het Arabisch en kijkt verbaasd als wij er niets van begrijpen. Hij biedt ons wel tien keer aan om te telefoneren, het maakt hem niet uit waarheen. Aangezien je bij een particulier niet naar het buitenland kan bellen, houd het voor ons op. Om toch de werking van zijn telefoon te demonstreren belt hij zijn vrienden op en binnen tien minuten zit zijn huis vol met mensen. Eigenlijk willen we na dit vermoeiende halfuurtje vertrekken, maar onze gastheer hield ons tegen. Even later wordt het duidelijk waarom, toen er een ontbijt binnengebracht werd. We krijgen veel brood, gekookte eieren, tomaten, yoghurt, thee en warme geitenmelk. De moeder van Abdelkarim met haar gelooide, getatoeëerde gezicht  kwam heel dicht bij Gudy zitten. Omdat ze vier woorden minder engels sprak dan haar zoon en toch wilde communiceren betastte ze haar. Uiteindelijk proberen we Abdelkarim te vertellen dat we in Aleppo een afspraak hebben met een vriend en dat we daar nog voor donker moeten zijn. Al rennend begeleid hij ons van zijn huis naar de weg, want stel je voor we zouden wel kunnen verdwalen in dit dorp van vijftien huizen. We voelen ons allebei bevrijd en voor even hebben we genoeg gehad van de eindeloze gastvrijheid van de Syrische bevolking. In Aleppo bezoeken we het Nationaal Museum, de Citadel, en de spectaculaire ondergrondse soeks.  Een paar dagen later fietsen we de stad uit richting het noorden. Hier liggen verlaten byzantijnse steden,  en in een van die dode steden zetten we de tent op, dit is  een prima camping met veel grote stenen en een mooi uitzicht. De volgende dag fietsten we door Koerdisch gebied en dit is een arm en dunbevolkt gebied en de dorpjes liggen op een kalksteenplateau. We volgen de weg naar het Simonsklooster en daarna volgt een schitterende afdaling naar de hettitische opgraving Ain Dara.

     

    Operation storm in desert

    Vanuit Aleppo  krijgen we snel een gratis lift van twee Libanezen aangeboden. De hele weg naar Homs werden we geteisterd door de luide muziek van de zangeres Feiruz, die de harten heeft gestolen van vele Syriërs en Libanezen. De laatste dagen van de vakantie zijn er aan gekomen en we komen terecht in een zandstorm op weg naar Palmyra. Het traject van 170 kilometer fietsen we in een dag.  In Palmyra blijven we twee dagen om alles te bekijken en te fotograferen. Palmyra, is een palmoase midden in de woestijn en in de oudheid Tadmor genaamd was het een zelfstandige stadstaat die onder de Romeinen vanaf de eerste eeuw voor Christus tot bloei kwam. Het is een van de belangrijkste historische plaatsen in het Midden-Oosten. Als karavaanstad genoot Palmyra veel bekendheid tijdens het bewind van de legendarische koningin Septima Zenobia (267 - 272). De volgende dag bezoeken we de ondergrondse en bovengrondse graftombes en het museum. ’s Middags dwalen we nog wat door de palmentuinen en daar krijg je honger van en later eten we Mansaf’ een typisch bedoeïenschotel met rijst, kip en verschillende noten. De volgende dag fietsen we rondom de oase.  We bezoeken de tempel van Baal, de belangrijkste god van de stad en bekijken nog een keer de roze gekleurde mooie stad met zijn goedbewaard gebleven toegangspoort, amphitheater en tetrapyloon. We reizen per bus terug naar Damascus en fietsen twee dagen later richting het vliegveld. Vier uur voor het vertrek naar Nederland staan we bij de Zeinab moskee. Dit is een pelgrimsoord voor de shi’itische moslims. Zeinab is de dochter van Ali en ligt in deze moskee begraven. De rouwvlaggen hangen in de kleurige minaretten van de moskee. We horen een indringend trommelgeluid en vrouwen staan langs de kant van de weg te huilen. Vandaag wordt de marteldood van haar broer Ali herdacht. Dit duurt 10 dagen en elke avond lopen jonge en oude mannen in een stoet langs en slaan zichzelf met de zweep. Daar staan we dan, twee fietstoeristen twee uur voor het vertrek uit een fantastisch Syrië. Het land maar vooral de mensen zullen we niet snel vergeten.

    评论

    请稍候...
    很抱歉,您输入的评论太长。请缩短您的评论。
    您没有输入任何内容,请重试。
    很抱歉,我们当前无法添加您的评论。请稍后重试。
    若要添加评论,需要您的家长授予您相应权限。请求权限
    您的家长禁用了评论功能。
    很抱歉,我们当前无法删除您的评论。请稍后重试。
    您已超过了一天之内允许提供的评论数上限。请在 24 小时后重试。
    因为我们的系统表明您可能在向其他用户提供垃圾评论,您的帐户已禁用了评论功能。如果您认为我们错误地禁用了您的帐户,请联系 Windows Live 支持部门
    完成下面的安全检查,您提供评论的过程才能完成。
    您在安全检查中键入的字符必须与图片或音频中的字符一致。

    若要添加评论,请使用您的 Windows Live ID 登录(如果您使用过 Hotmail、Messenger 或 Xbox LIVE,您就拥有 Windows Live ID)。登录


    还没有 Windows Live ID 吗?请注册

    引用通告

    此日志的引用通告 URL 是:
    http://gudyrooijakkers.spaces.live.com/blog/cns!8D1B6C3CFE1F9839!1569.trak
    引用此项的网络日志