Gudy's profileGudy Rooijakkers reisfot...PhotosBlogListsMore ![]() | Help |
|
October 27 In het spoor van Marco PoloIn het spoor van Marco PoloEnthousiaste ontmoetingen in Oezbekistan en TadzjikistanGudy Rooijakkers fietste samen met John Telleman vijf weken door Oezbekistan en Tadzjikistan.
Het kan zomaar gebeuren dat je spontaan in de armen wordt genomen. De mensen in Oezbekistan en Tadzjikistan zijn hartelijk en gastvrij en lachen je met een mond vol gouden tanden toe. Op de fiets ontdek je deze landen en hun bevolking het best. Waarom zou je in deze landen willen fietsen? Oezbekistan en Tadzjikistan liggen aan de zijderoute, een eeuwenoude verbinding tussen Europa en China.
Steden als Samarkand, Boechara en Khiva spreken vandaag nog tot de verbeelding. Moskeeën, medressas en mausolea zijn voorzien van blauw geglazuurde tegels die schitteren in de zon. Maar dit deel van Centraal-Azië heeft veel meer te bieden. Ook op het platteland zijn er levendige markten. Uitgestrekte woestijnen wisselen af met ijzige hooggebergtes. Naast een katoen monocultuur in Oezbekistan zijn er bergen waar de mensen al eeuwen in lemen huizen wonen. Tadzjikistan bestaat voor 80% uit hooggebergte.
Kom in ons huis slapenIn Tankelmush in Zuidoost-Oezbekistan twijfelen we op een kruispunt van verharde wegen. “Welke kant gaan we op”? Onmiddellijk schiet een echtpaar ons aan. “Kom in ons huis slapen”. Waar maak je dat mee dat je als wildvreemde deze uitnodiging krijgt? “Ga morgen mee naar de wekelijkse bazaar in ons dorp,” is het volgende aanbod. Het geluid van paarden, ezels en auto’s wekt ons vroeg uit onze nachtrust. We struinen tussen de traditioneel geklede mannen en vrouwen over de bazaar. Alle dagelijkse dingen bieden de kooplui aan. Levensmiddelen zien wij weinig, want bijna iedereen verbouwt hier zijn eigen voedsel. Het nieuws over twee Hollanders op fiets verspreidt zich als een lopend vuurtje over de uitgestrekte marktterrein. De verzamelde meute bekijkt ons nieuwsgierig, maar niet opdringerig. Op het moment dat we op de fiets stappen richting Baysun, breekt een luid gejuig en gewuif los. Wat een afscheid! Het landschap is dor, maar de rit is niet saai. Tussen de glooiende heuvels liggen lemen dorpen. Vrouwen werken op het land in een soort badjas en sloffen. Ook in de dorpen lopen de dames in deze kleurrijke kledij rond. Meer dan 65 jaar communisme heeft ervoor gezorgd dat de vrouwen niet veroordeeld zijn tot in huis te blijven, zoals in sommige andere Islamitische landen.
Hier kun je geen tent opzettenNormaal beoefenen de mannen met hun karakteristieke koppen de streeksport Buskashi. Dit is een worstelsport, maar de worstelaars zitten op een paard. Al worstelend moeten de mannen een dode geit bemachtigen en die over een doellijn werpen. Buskashi is hier razend populair, maar tijdens deze Ramadan-maand ligt de competitie stil. We krijgen geen genoeg van de indrukwekkendheid van dit ongerepte gebied. De gemene hellingen kwellen onze kuiten, maar we besluiten toch om nog langer door de bergen van Oezbekistan te fietsen. Terwijl we aanstalten maken om onze tent op te zetten naast een rivier spreekt een vrouw ons aan. Ze is gekleed in een lange jas met grote bloemen: “Hier kun je geen tent op zetten, want het is koud ‘s nachts en jullie moeten eerst eten”. We kijken naar haar, hoe ze dit aan ons duidelijk maakt. De tent gaat weer op de fiets en we lopen achter de vrouw aan naar haar huis. In het huis worden we onthaald door de verzamelde familie. De oudste is een schattig 85-jarig omaatje. Voor het eerst in haar lange leven ziet zij westerse fietsers in haar dorp. Het zwaar gerimpelde vrouwtje begroet mij enthousiast. Oma blijft in mijn handen knijpen. Voor ons vertrek op de volgende dag krijgen een grote zak walnoten in onze handen gedrukt als geschenk. Het zit ons niet mee: de klim naar de bergpas slaat alle voorgaande klimmende wegen. Hier valt niet tegenop te fietsen. Dit betekent lopen! Moeizaam sleuren we onze fietsen naar boven. We blazen even uit langs de weg en we kraken een stel walnoten. Een stel motorrijders giert naar beneden. Ze stoppen. Een man gekleed in een traditionele fluwelen lange jas komt van zijn motor af. Hij vliegt John spontaan in de armen en lacht mij met zijn gouden tanden toe. ”Waar komen jullie vandaan?” “Holland”. Geen reactie, verkeerde uitspraak zeker: “Kalandia.” Beet! “ahhh, Goelit, Van Basten!” Menselijke communicatie is meer dan het spreken van een taal. Openheid, gastvrijheid en het geduld van de mensen zijn eigenlijk veel belangrijker. Door alle boeiende ontmoetingen doen we over de 11 kilometer naar Langar bijna een hele dag!
Groene thee en een kom sjorpaIn Tadzjikistan fietsen we ook door een ongerept maar hoger gelegen berglandschap. De dorpen laten duidelijk zien, dat we in een van de armere landen in de wereld zijn. We hebben het gevoel dat een tijdmachine ons vele decennia heeft terug gezet Asfalt is veelal onbekend en onze rijwielen hobbelen over de losse stenen. In ieder dorp staan we met onze fietsen meteen in de belangstelling. Soms duikt een theehuis op. Ideaal om uit te rusten achter een grote pot groene thee en een kom sjorpa (soep gemaakt van schapevet) met vers brood. Fietsen in Tadzjikistan betekent nog meer klimmen dan in Oezbekistan. Een hoogtepunt is de op 3373 meter gelegen Anzob pas. Eindelijk boven striemt plotseling een heftige sneeuwstorm op ons los. We zien elkaar niet meer op een meter afstand. “Helaas, geen restaurant om in te schuilen” roepen we naar elkaar. De redding is echter nabij, een man met een serie gouden tanden spreekt ons aan: “Ik ben meteoroloog, kom snel met mij mee naar binnen, want de sneeuwstorm wordt nog erger”. Het duurt wel even voordat we hem begrijpen. Door de vers gevallen sneeuw sjokken we mee naar zijn kleine onderkomen. De warmte van een knetterende houtkachel komt ons aangenaam tegemoet. Nuredin onze gastheer woont het grootst gedeelte van het jaar eenzaam op de Anzob pas. De meteoroloog controleert elk half uur de temperatuur en luchtvochtigheid. Dat doet onze gastheer wel met apparatuur van minstens vijftig jaar oud. “Jullie hebben geluk, want er is beter weer op komst”. Nuredin krijgt echter geen gelijk. De volgende dag dalen we in een sneeuwstorm af naar de hoofdstad Doesjanbe. Ineens zijn we weer terug in 2006: wat een schril contrast tussen hoofdstad en de rest van het land! In de luxe blikken we terug. Zonder al de lieve mensen die we ontmoet hebben zou onze fietsreis in deze prachtige landen niet compleet zijn. TrackbacksThe trackback URL for this entry is: http://gudyrooijakkers.spaces.live.com/blog/cns!8D1B6C3CFE1F9839!1567.trak Weblogs that reference this entry
|
|
|