Gudy 的个人资料Gudy Rooijakkers reisfot...照片日志列表更多 工具 帮助

日志


10月27日

Fietsen in Syrië

Twee fietsers reizen in Syrië en maken kennis met de eindeloze gastvrijheid van de bevolking.  

“Marhaba, where are you from”?

 

Een slok koffie

Fietsend op weg naar het zuiden van Syrie zien we vele pick-ups rijden volgepropt met schapen. We fietsen langs vele kleine veemarkten waar de beesten verkocht werden. Over een paar dagen is het schapenslachtfeest. Kleurige tapijten hangen te drogen in de zon en de huisraad staat buiten. Iedereen helpt mee om alles schoon te krijgen voordat het feest begint. We krijgen talloze keren thee en koffie aangeboden. Koffie wordt hier gebrand boven het vuur in een lange steelpan en daarna gestampt in een ouderwetse houten koffiestamper. Deze sterk gezette koffie wordt gekruid met kardamon en kaneel. Het wordt in een klein kopje wordt het opgediend. Je krijgt maar slechts een slok, als je genoeg hebt zeg je “shukran”, wil je nog meer schud je met je kopje. In Bosra maken we voor het eerst kennis met de vele oudheden die Syrie te bieden heeft, namelijk Bosra heeft een van de mooiste Romeinse theaters van de wereld. In dit theater speelt een groepje jongens een partij voetbal, en er wordt gepicknickt. ‘s Avonds dwalen we in de donkere gangen van het theater en even ben je in heel andere tijd aangekomen.

 

Restaurant ja of nee?

We fietsen een dag later door Jebel el Druz. Het landschap is glooiend en de velden staan in bloei, het is maart en de lente is hier op zijn hoogtepunt. Deze streek wordt bewoond door de Druzen. Hun religie, voortkomend uit de extreem isma’ilitische Sji’a, kent neoplatonische, en andere elementen, o.a. het geloof in zielsverhuizing, zodat weinig van de oorspronkelijke islam is bewaard.

Na een tijdje zoeken naar een theehuis, vinden we een huis met op het dak een geel bord met een grote Arabische koffiepot en in het Arabisch geschreven? “Restaurant Ali baba”  zeggen we tegen elkaar, en we parkeren de fietsen op het terras en lopen de openstaande deur in. In het midden van de kamer staat een zoubia (kachel) met rondom een tafel met koffie, thee, koek en snoep. Op de bank zitten mensen van jong tot oud vreemd naar ons te kijken. Nu kijkt iedereen toch vaak vreemd in dit soort dorpjes als je met de fiets bent,  maar toch besluipt ons het gevoel dat we misschien niet in een restaurant zitten. Er komt een jongen naar ons toe en hij vraagt in gebrekkig engels “Where are you from, and what do you want?”.  Toch een restaurant, maar de jongen die  Moneer heet, maakte ons duidelijk dat we bij een Druzenfamilie zijn. Zo raken we in gesprek over zaken die iedereen bespreekt in dit soort landen, bijvoorbeeld over getrouwd zijn, kinderen, beroep en Nederland.

We drinken gezamelijk Maté, dit is een Zuid-Amerikaanse kruidendrank door Syrische gastarbeiders uit Venezuela meegenomen. De Druzen drinken dit in gezelschap en de bereiding word ook temidden van de gasten gedaan. Het glas met kruiden word aangevuld met suiker en warm water, en dan leeggedronken, als je genoeg hebt zeg je “grazie”. Het glaasje wordt daarna weer gevuld met suiker en warm water en dan drinkt de volgende in de kring.  Het is de eerste dag van het schapenslachtfeest en de Druzen vieren dat toch anders als de soenistische of shi’itische moslims. Ze brengen elkaar een kort bezoek om dan weer snel naar het volgende adres te gaan. Zo bezoeken we met Moneer allemaal vrienden en iedereen is vereerd om ons hun huis te laten zien. De begroeting hier gaat als volgt; je schud elkaar de hand, dan volgt en omarming en dan wordt je door een wildvreemde man of vrouw op iedere wang twee keer gezoend. Daarna krijg je koffie, thee en zoetigheid aangeboden.

Moneer vertelde over het Mausoleum van de Sultan en we gaan het met zijn drieeën bezoeken.  De bouw van het mausoleum van de sultan staat stil want, de sultan was een Druus en president Al-Assad is een Alawiet, hierdoor is er dus weinig geld voor dit soort projecten beschikbaar. Als we terug komen heeft de moeder van Moneer heeft een heerlijke maaltijd voor ons bereid. We nemen plaats op de grond rondom de zoubia op een kleurig tapijt. De Druzen eten dus geen schaap maar een enorme schaal met brood en veel schaaltjes met groenten en andere lekkere gerechten. Ondanks het slechte Engels van Moneer leren we wat over de Druzen. Ze noemen zich het meest gastvrije volk van Syrie. Druzen gaan nooit naar een moskee, ze bidden in hun hoofd. De essentie van dit geloof word doorgegeven door wijze mannen (oekal) boven de vijftig vaak met baard,  een witte tulband en zwarte kleding. Het gevolg is dat vrouwen en jonge mannen niet alles van dit geloof te weten kunnen komen, maar er wel over discussieren. De volgende ochtend is de vriend van Moneer aan de beurt, hij verzorgt samen met zijn vrouw het ontbijt wat veel lijkt op het avondeten. Daarna gaan we nog een aantal keer op visite, en de mensen die we bezoeken willen niet dat we hun vergeten en bij het afscheid krijgen we kadootjes. Moneer vraagt ons  nog twee dagen langer te blijven. Een moment twijfelen we even,  maar we hebben nog een lange weg  te fietsen door Syrie  Uiteindelijk om twee uur s’middags nemen we van Moneer en zijn gastvrije familie. We krijgen als afscheidscadeau een zakje maté en een maté zuiglepeltje mee. Als we omkijken zien we een hartelijke familie uitbundig zwaaien. Dat vergeten we nooit meer.

 

Van Damascus richting de kust

We fietsen richting  Damascus en onderweg zien we vele malen het portret van ex-president Hafez al Assad boven propaganda borden zoals; de vlag van de gezamelijke arabische staten (Arabistan), gevechtsvliegtuigen, de stuwdam en fabrieken. In Damascus blijven we een paar dagen en bezoeken de Omayadenmoskee, waar het hoofd van Johannes de Doper begraven zou liggen. In deze moskee is het een gezellige drukte, behalve dat ik een zwarte chador aan moest, heerste er een ontspannen sfeer. Kinderen doen een hardloopwedstrijd in de moskee, en er wordt gepicknickt op het plein. Vervolgens bezoeken we de kleurrijke, kitscherige Souq-al-Hamadiyyeh. Een paar dagen later fietsen we de stad uit richting het noorden waar veel Christenen wonen.  Het Anti-Libanongebergte is schitterend en er ligt nog sneeuw op de toppen. In het gebergte moeten ook nog kluizenaars wonen. We bezoeken wat dorpjes met kerken en maken een orthodox doopfeest mee. Ook bezoeken we het pittoreske tegen de rotsen gebouwde stadje Maalula. In het dorp staat een van de oudste kerken ter wereld met een altaar uit 300 na Christus en de beroemde ‘icoon der wonderen’. De meeste bewoners zijn Grieks-orthodox en spreken Aramees, (de taal van Jezus Christus).  Na alle gastvrijheid van de bevolking in het zuiden verlangen we er naar om wild te kamperen. Het is volle maan en op een hondvrije plaats met uitzicht op het Anti-Libanon gebergte  zetten we de tent op.  De volgende dagen brengen we een bezoek aan Craq de Chevaliers, het grootst bewaarde kruisvaardersburcht in het Midden Oosten. De 4 kilometers vanuit het dorp naar het kasteel waren rond de 18%, dus dat werd het grootste gedeelte lopen. Richting de kust doet het landschap Europees aan de wegen zijn rustig en het ruikt hier heerlijk naar de geur van de bloeiende wilde bloemen. In een dorpje op weg naar Safita stoppen we om wat te gaan eten, tot we er een man aan komt rennen en ons twee broodjes aanbiedt, die net uit de oven komen. Even verder krijgen we een grote zak sinaasappelen aangeboden door een oude in het zwart geklede vrouw. Boven de zee hangen donkere wolken en die komen helaas langzaam onze richting op. In Safita slenteren we ’s avonds wat door de straatjes en lopen één van de vele snoepwinkels in. We zoeken marsepein en bonbons uit en laten het wegen. Heel verbaasd waren we toen we niets hoefden te betalen. De volgende ochtend wilden we de man een geschenk geven als dank en kregen we hier thee aangeboden. In zijn rommelige kleine kamertje stond de televisie hard en er was een arabische soapserie aan de gang, met als onderbreking reclame, propaganda en anti-zionistische televisie. Het regende helaas nog steeds en we besloten het kustgebergte weer te verlaten. Door regen, kou en wind fietsten we via een prachtig kalksteengebergte naar Mousyaf om van daaruit naar Hama te gaan.

 

Bureaucratie in Syrië

Ons geld was ook opgeraakt en bij de Nationale bank van  Syrië werden we teruggestuurd naar Damascus omdat zij onze travellercheques niet vertrouwden. We waren een beetje chagrijnig hierdoor geworden, maar gelukkig kregen we hulp. Een niet-bureaucratische Syrier bracht ons naar een slagerij, waar het inwisselen van een travellercheque geen probleem was. Bij de immigration office in Hama, waar we onze visa moeten verlengen, maken we wederom kennis met de bureaucratie van Syrie. Ze laten ze je gerust een uur wachten, terwijl de ambtenaar zijn nagels aan het knippen en vijlen is.  Hama in 1982 in opstand gekomen tegen de regering en is daarom op bevel van president Al- Assad gebombardeerd.  De stad was bolwerk van de Moslim Brotherhood  en de regering voelde zich bedreigd. Naar schatting vielen er 25000 doden en vele mensen werden gevangen genomen. In Hama nemen we het besluit om de weg door de steppe te fietsen richting  Aleppo. We missen dan Apamea, een romeinse opgraving ten noordwesten van Hama. Maar je kunt in vier weken helaas niet alles.  Net buiten Hama belanden we op een veemarkt. Zou hier de MKZ-crisis ook al uitgebroken zijn? Maar er is hier niemand die engels spreekt om het aan te vragen. Volgens de wereldradio zou het in Libanon wel het geval zijn.

 

Een overval?

Twintig kilometer verder worden we uitgenodigd  bij een familie. Hun huis is versierd met slingers en er zijn schilderingen van Mekka en een vliegtuig op de muren. De opa en oma, die hun hele leven gespaard hebben voor de Hadj waren net terug met het vliegtuig uit Mekka. Hadj is een van de vijf zuilen van de Koran. We werden opnieuw verwend met thee en zoetigheid.

’s Avonds arriveerden we bij Qasr ibn Wardan, en zetten achter deze byzantijnse ruine de tent op. We werden bij het tent opzetten geassisteerd door twee arabieren in lange witte jurken en rode arafathoofddoeken, die ons uitnodigen voor thee, eten en een overnachting. We maken duidelijk dat we wel thee willen en volgen hun naar een bedoeienentent. Een van de mannen is valkentrainer en verkoopt de dieren aan rijke Saoudiers, die in Syrie bekend staan om hun geldverkwisting.  

De volgende dag vertrekken we vroeg omdat we hadden verwacht dat er nog piste zou komen, maar de hele weg naar Aleppo was strak geasfalteerd en dat voor die twee auto’s per dag die er rijden. Tijdens een pauze stopte er een man op een brommer en probeerde in het arabisch een gesprek met ons aan te knopen. Toen hij merkte dat het te vergeefse moeite was pakte hij zijn radio en zette die luid aan. Daar ging onze rust en we besloten om verder te fietsen langs de bijenkorf huisjes, die typerend voor deze streek zijn.  Na een middag fietsen in een vlak landschap vergelijkend met de Flevopolders, moeten we tegen de avond toch een kampeerplek vinden. We lopen een klein paadje in tussen de ingezaaide akkers zetten we de tent op. Helaas werden we om twee uur gewekt door het geluid van zware motoren. Drie grote vrachtwagens rijden het smalle pad op recht op onze tent af. Geschrokken keken we de acht truckers aan die onze tent hadden opengemaakt.  In slecht engels maken ze ons duidelijk dat we hier niet kunnen slapen vanwege de kou. Onze slaapzak showen we aan ze en dan volgt een discussie in het Arabisch. Een van de mannen roept: “kom mee naar Aleppo dan gaan we feesten en zoeken we een hotel”. “ Nee, we willen slapen”, was ons vermoeide antwoord. Er volgde weer een hoop gekwetter, en dan roept er één “jullie hebben geen eten, dat is niet goed”. Door deze manier van communiceren bleven we in de tent en laten we het eten zien. Na een kwartier concludeert het achttal dat we echt niet mee willen en ook nergens behoefte aan hebben.  We kijken elkaar opgelucht aan en zien 10 minuten later de vrachtwagens steeds kleiner worden.

 

Vier woorden Engelse taal

 De volgende willen we zo snel  mogelijk naar Aleppo fietsen en ontbijten stevig. Na zeven kilometer komen we in een mooi dorpje met lemen huisjes. We besluiten toch een rondje door het dorp te maken voor wat foto’s. Alle dorpskinderen rennen achter ons aan en weer worden we uitgenodigd. Onze gastheer dit keer heet Abdelkarim. Hij spreekt net als bijna iedereen in Syrië bijna geen engels. Zijn woordenschat in deze voor hem exotische taal reikt tot ongeveer vier woorden. Hij noemt John miss teacher, en de andere woorden zijn because en why. Hij vult de rest van zin aan met het Arabisch en kijkt verbaasd als wij er niets van begrijpen. Hij biedt ons wel tien keer aan om te telefoneren, het maakt hem niet uit waarheen. Aangezien je bij een particulier niet naar het buitenland kan bellen, houd het voor ons op. Om toch de werking van zijn telefoon te demonstreren belt hij zijn vrienden op en binnen tien minuten zit zijn huis vol met mensen. Eigenlijk willen we na dit vermoeiende halfuurtje vertrekken, maar onze gastheer hield ons tegen. Even later wordt het duidelijk waarom, toen er een ontbijt binnengebracht werd. We krijgen veel brood, gekookte eieren, tomaten, yoghurt, thee en warme geitenmelk. De moeder van Abdelkarim met haar gelooide, getatoeëerde gezicht  kwam heel dicht bij Gudy zitten. Omdat ze vier woorden minder engels sprak dan haar zoon en toch wilde communiceren betastte ze haar. Uiteindelijk proberen we Abdelkarim te vertellen dat we in Aleppo een afspraak hebben met een vriend en dat we daar nog voor donker moeten zijn. Al rennend begeleid hij ons van zijn huis naar de weg, want stel je voor we zouden wel kunnen verdwalen in dit dorp van vijftien huizen. We voelen ons allebei bevrijd en voor even hebben we genoeg gehad van de eindeloze gastvrijheid van de Syrische bevolking. In Aleppo bezoeken we het Nationaal Museum, de Citadel, en de spectaculaire ondergrondse soeks.  Een paar dagen later fietsen we de stad uit richting het noorden. Hier liggen verlaten byzantijnse steden,  en in een van die dode steden zetten we de tent op, dit is  een prima camping met veel grote stenen en een mooi uitzicht. De volgende dag fietsten we door Koerdisch gebied en dit is een arm en dunbevolkt gebied en de dorpjes liggen op een kalksteenplateau. We volgen de weg naar het Simonsklooster en daarna volgt een schitterende afdaling naar de hettitische opgraving Ain Dara.

 

Operation storm in desert

Vanuit Aleppo  krijgen we snel een gratis lift van twee Libanezen aangeboden. De hele weg naar Homs werden we geteisterd door de luide muziek van de zangeres Feiruz, die de harten heeft gestolen van vele Syriërs en Libanezen. De laatste dagen van de vakantie zijn er aan gekomen en we komen terecht in een zandstorm op weg naar Palmyra. Het traject van 170 kilometer fietsen we in een dag.  In Palmyra blijven we twee dagen om alles te bekijken en te fotograferen. Palmyra, is een palmoase midden in de woestijn en in de oudheid Tadmor genaamd was het een zelfstandige stadstaat die onder de Romeinen vanaf de eerste eeuw voor Christus tot bloei kwam. Het is een van de belangrijkste historische plaatsen in het Midden-Oosten. Als karavaanstad genoot Palmyra veel bekendheid tijdens het bewind van de legendarische koningin Septima Zenobia (267 - 272). De volgende dag bezoeken we de ondergrondse en bovengrondse graftombes en het museum. ’s Middags dwalen we nog wat door de palmentuinen en daar krijg je honger van en later eten we Mansaf’ een typisch bedoeïenschotel met rijst, kip en verschillende noten. De volgende dag fietsen we rondom de oase.  We bezoeken de tempel van Baal, de belangrijkste god van de stad en bekijken nog een keer de roze gekleurde mooie stad met zijn goedbewaard gebleven toegangspoort, amphitheater en tetrapyloon. We reizen per bus terug naar Damascus en fietsen twee dagen later richting het vliegveld. Vier uur voor het vertrek naar Nederland staan we bij de Zeinab moskee. Dit is een pelgrimsoord voor de shi’itische moslims. Zeinab is de dochter van Ali en ligt in deze moskee begraven. De rouwvlaggen hangen in de kleurige minaretten van de moskee. We horen een indringend trommelgeluid en vrouwen staan langs de kant van de weg te huilen. Vandaag wordt de marteldood van haar broer Ali herdacht. Dit duurt 10 dagen en elke avond lopen jonge en oude mannen in een stoet langs en slaan zichzelf met de zweep. Daar staan we dan, twee fietstoeristen twee uur voor het vertrek uit een fantastisch Syrië. Het land maar vooral de mensen zullen we niet snel vergeten.

per ATB door Svanetie

Per ATB door Svaneti

De Alpen maar dan anders.

 

Vijf jaar terug hadden we de wens om door Svaneti in Georgië te fietsen, maar toen was het daar onveilig. Al eeuwen zijn de bergen van de Kaukasus berucht vanwege rovers. In oktober 2007 fietsen John Telleman en Gudy Rooijakkers twee weken door dit unieke berglandschap.

 

Tot voor kort was een reis door de Georgische provincie Svaneti onmogelijk. Rovers ontdeden je op de heenweg van alles wat enige waarde heeft. De regering Saakashvili heeft een paar jaar geleden met helikopters invallen gedaan bij maffia families in Svaneti. De meeste rotte appels zitten nu in de gevangenis. Dit is voor ons het signaal om de sprong te wagen.

 

Svaneti is bekend om zijn woontorens. Deze woontorens zijn in de twaalfde en dertiende eeuw gebouwd en dienden vroeger om bescherming te hebben tegen vijandige stammen. De landschappen lijken op die in de Alpen. Svaneti is meer ongerept, want er zijn veel minder wegen en dorpen. Vanuit Zugdidi rijden we noordwaarts richting de bergen van de hoge Kaukasus. In de laagvlakte groeien bolgeschoren thee struiken. Omdat het klimaat heel gunstig is, groeien hier citrusvruchten, druiven en vijgen in overvloed. Via het langgerekte Jvari stuwmeer komen we aan in Svaneti. Langs het Jvari stuwmeer en de Inguri vallei zijn geen twee vierkante meter vlak. Rechts van ons gaan de rotswanden steil omhoog en links kijken we een diep dal in.

 

Vreemden in het bos

“We moeten binnen een uur een plek voor de tent vinden” zegt Gudy. Doorfietsen tot het dal zich verbreed is de enige optie. De laatste 30 kilometer hebben we geen enkele boerderij gezien. In de schemer zien we een zijdal. We zijn dolblij als we in de eikenbossen enkele golfplaten daken zien glimmen. In de schemer lopen we naar de eerste boerderij waar twee honden gevaarlijk staan te blaffen. Door het struikgewas heen zien we een hartelijk lachende boerin, genaamd Noya. Ze runt ook een eethuisje wat in het midden van het donkere eikenbos staat. Ze stookt haar fornuis op hout en maakt een heerlijke maaltijd voor ons klaar. Met ons woordenboekje proberen we met haar te communiceren. Noya is trots om Svan te zijn en zingt een prachtig lied voor ons. Zij laat ons ook de traditionele dans zien.

 

De Matterhorn van Georgië

Verkruimeld asfalt brengt ons langzaam naar het hooggebergte. Overal om ons heen zien we witte bergkammen. Vlak voor het dorpje Becho slaat de weg een flink zijdal in. “Kijk de Georgische Matterhorn”, roept Gudy buiten adem. Het uitzicht op de Mount Ushba is overweldigend. We stappen af en bewonderen deze berg. Twee piramides tegen elkaar, flink veel sneeuw, een knalblauwe lucht en dorpen met woontorens. “We hebben geluk, dit uitzicht is nog mooier dan de foto’s in de reisgids” zegt Gudy.  Richting Mestia zien we steeds meer dorpjes met middeleeuwse woontorens. Dezelfde avond bereiken we Mestia, de hoofdstad van Svaneti. In heel Svaneti zijn geen hotels, maar in sommige dorpen hebben enkele families een bed and breakfast. Voor ongeveer 12 euro per persoon krijg je ontbijt, een bed en avondeten. Als we vertellen dat we naar Ushguli gaan, bakt onze gastvrouw een paar extra kachapuri’s, (kaasbroden).

 

Terug in de tijd

Kom je op de hoofdweg vanuit Zugdidi al weinig auto’s tegen, het stuk naar Ushguli is voor de ware autoliefhebber een echte kwelling. De weg is onverhard en klimt flink over naamloze pas. We komen in een schitterend dal, waar de tijd heeft stilgestaan. Boeren halen hun laatste hooi oogst op. Twee koeien slepen een primitieve slee met een stapel hooi van de weide naar de schuur. Ze loeien flink als ze de steile helling van de schuur opmoeten. Het leven is hier puur. Knoestige kerels met handen van leer en roodverbrande gezichten nodigen ons uit voor kachapuri en wijn. “Voor Georgiërs is een gast een geschenk van god”, zegt Gudy. Qua eten en drinken is bijna iedere Georgiër rijk. Velen hebben een stukje land met groenten, wijn en vee. Je ziet rijk gevulde tafels met eerlijke gerechten.

 

Naar het hoogste dorp van Europa

Ushguli ligt in een groene vallei op 2200 meter boven de zeespiegel. Georgië claimt dat Ushguli het hoogste permanent bewoonde dorp van Europa is. Er zijn bijna geen auto’s en tussen de middeleeuwse woontorens scharrelen varkens en koeien. Achter het dorp rijst de enorme wand van de Mount Shkhara omhoog. Dit is met 5068 meter de hoogste berg van Georgië. In Ushguli nemen we een rustdag en wandelen door de vier buurtschappen van het dorp. We wandelen ook naar de gletsjer van de Mount Shkhara.

We vervolgen onze weg over de Sagar Ughelt, of wel de suikerpas. We klimmen naar een hoogte van ongeveer 2700 meter. De afdaling is steil. We lopen kilometers omdat diepe geulen het fietsen onmogelijk maken. Er volgt een diep dal waar het zonlicht nooit komt. Door de vele riviertjes is de weg een afwisseling van modder en plassen die even breed als de weg zijn. Afdalen over dit wegdek is geen fluitje van een cent. Besmeurd met modder arriveren we in Sasasi.

 

Water, wijn en grenzeloze gastvrijheid

Aan een stel oude mannen zittend op een bankje vraagt Gudy “Karawi?”. Karawi betekent tent. “Even wachten” is het enige wat we van het antwoord begrijpen. Na tien minuten komt Omechi, een student informatica en hij spreekt Engels! We mogen in de tuin van zijn moeder kamperen. Onder de pruimenboom geeft hij ons water te drinken. “Bronwater!” roepen we in koor. “Er liggen rondom het dorp vier bronnen allemaal met verschillende smaken mineraalwater” vertelt Omechi. Tegen de schemer lopen we naar de dichtstbijzijnde bron. We lopen via een donker eikenwoud en langs een kerkhof waar de vader van Omechi begraven ligt. De bron ligt in een voormalig vakantieoord uit de Sovjettijd. Het bronwater zijpelt uit een vervallen Sovjet monument. In navolging van Omechi spoelen we onze ogen met het koolzuurhoudende water. “Al je vermoeidheid is direct verdwenen” belooft Omechi. “Hij heeft gelijk, dit zou je ook in Nederland moeten hebben” mompel ik terwijl we naar Omechi’s huis lopen.

 

Gaumarjos

Ondertussen heeft Omechi’s moeder een supra voorbereid. Een supra is een ceremoniële Georgische maaltijd. Nieuwsgierig naar twee Hollanders komen Omechi’s vrienden en broers binnen. Op de lange tafel staan de heerlijkste gerechten. Er wordt veel geproost. “Gaumarjos!” Dat betekent op uw overwinning of proost! We proosten op Georgië, op Nederland, op de first lady van Georgië, Sandra Roelofs, en uiteindelijk op Omechi’s overleden vader. Omechi is de tamada, ofwel toastmeester. Zijn rol is filosoof, dichter, grappenmaker en zanger. Tijdens zijn toast op zijn vader kijkt hij naar de foto waar zijn vader op prijkt. Hij slaat een kruis en morst wat wijn op zijn bord. Dit doet hij uit respect voor de doden. “Gaumarjos” en de wijnglazen raken elkaar en worden in één teug leeggedronken. De tent op zetten wordt niet geaccepteerd. Twee bedden zijn al door Omechi’s moeder opgemaakt. De volgende morgen eten we de resten van de supra op. Met buikpijn van het vele eten nemen we afscheid. Gastvrijheid is een van de mooiste schatten die Georgië te bieden heeft. Met voldoende stof om te overdenken en op onze kleding rijden we naar Kutaisi, de tweede stad van Georgië.

 

 

Informatie

 

Georgië is voor 40% bedekt met bos. In het westen grenst het aan de Zwarte zee en hier heerst een subtropisch klimaat. In het oosten grenst het aan Azerbeidjaan en hier vind je een golvend steppe landschap. De noordgrens met Rusland wordt begrensd door de hoofdkam van de hoge Kaukasus. Hier vind je tientallen 4000ers en enkele bergen halen de 5000 meter. Heel Georgië is bergachtig. Bijna iedere dorp of stad heeft een antieke kerk, klooster of kasteel.

 

Geschiedenis

De Grieken kenden het land als Colchis, hier speelde de mythe van Jason en de Argonauten zich af. Georgiërs zijn voor het grootste deel Georgisch orthodox en zijn al sinds de 4e eeuw Christelijk. Georgië heeft vele veroveringen te verduren gehad. Mongolen, Turken, Perzen en als laatste de Russen. Georgië heeft vanaf 1800 onder Russische invloed gestaan, en is na 1991 een onafhankelijke republiek geworden. Op Abchazië en Zuid Ossetië na is het rustig in het land.

 

De beste reistijd

De winter is te koud en de zomer te heet. De lente en herfst zijn ideaal om Georgië te verkennen. In de vroege lente zijn de wegen in de bergen onbegaanbaar wegens sneeuw.

 

Gezondheid

Georgië is een land in opbouw. Alleen in steden als Tbilisi en Kutaisi kan je op ziekenhuizen van enige kwaliteit rekenen. Het water hebben we overal gedronken. Voor inentingen kijk je op de site van b.v. de GGD.

 

Hoe er te komen

Georgian Airlines vliegt in ongeveer vijf uur rechtstreeks naar Tbilisi. British Airways, Austrian Airlines en Turkish Airlines vliegen via hun hoofdsteden.

 

Vervoer ter plaatse

Bijna alle wegen zijn slecht. Als fietser zigzag je om de kuilen en hobbels heen. Op de rustige B-wegen rijden de auto’s langzaam vanwege dezelfde kuilen en hobbels. De fiets kan gemakkelijk mee in de trein. Er is een vrachtruimte in ieder rijtuig.

 

Geld

De valuta is de Lari. Voor grote bedragen wordt de Amerikaanse Dollar geaccepteerd.

In grotere plaatsen kan je geld halen met de pinpas, creditcard en travellercheques.

 

Fiets

Je fiets moet in topconditie zijn. Een racefiets of lichte hybride is door het slechte wegdek ongeschikt. Een stevige hybride of ATB met brede banden is noodzakelijk. 26 inch banden zijn op enkele plekken in het land te vinden.

 

Wegennet

Volgens de huidige president Mikheil Saakashvili worden de wegen in rap tempo geasfalteerd. Veel wegen in de bergen zijn uiterst slecht en vaak onverhard. Deze wegen zullen als laatste geasfalteerd worden.

 

In het spoor van Marco Polo

In het spoor van Marco Polo

Enthousiaste ontmoetingen in Oezbekistan en Tadzjikistan

Gudy Rooijakkers fietste samen met John Telleman vijf weken door Oezbekistan en Tadzjikistan.

                      

Het kan zomaar gebeuren dat je spontaan in de armen wordt genomen. De mensen in Oezbekistan en Tadzjikistan zijn hartelijk en gastvrij en lachen je met een mond vol gouden tanden toe. Op de fiets ontdek je deze landen en hun bevolking het best. Waarom zou je in deze landen willen fietsen? Oezbekistan en Tadzjikistan liggen aan de zijderoute, een eeuwenoude verbinding tussen Europa en China.

 

Steden als Samarkand, Boechara en Khiva spreken vandaag nog tot de verbeelding.

Moskeeën, medressas en mausolea zijn voorzien van blauw geglazuurde tegels die schitteren in de zon. Maar dit deel van Centraal-Azië heeft veel meer te bieden. Ook op het platteland zijn er levendige markten. Uitgestrekte woestijnen wisselen af met ijzige hooggebergtes. Naast een katoen monocultuur in Oezbekistan zijn er bergen waar de mensen al eeuwen in lemen huizen wonen. Tadzjikistan bestaat voor 80% uit hooggebergte.

 

Kom in ons huis slapen

In Tankelmush in Zuidoost-Oezbekistan twijfelen we op een kruispunt van verharde wegen. “Welke kant gaan we op”? Onmiddellijk schiet een echtpaar ons aan. “Kom in ons huis slapen”. Waar maak je dat mee dat je als wildvreemde deze uitnodiging krijgt? “Ga morgen mee naar de wekelijkse bazaar in ons dorp,” is het volgende aanbod.

Het geluid van paarden, ezels en auto’s wekt ons vroeg uit onze nachtrust.

We struinen tussen de traditioneel geklede mannen en vrouwen over de bazaar. Alle dagelijkse dingen bieden de kooplui aan. Levensmiddelen zien wij weinig, want bijna iedereen verbouwt hier zijn eigen voedsel. Het nieuws over twee Hollanders op fiets verspreidt zich als een lopend vuurtje over de uitgestrekte marktterrein. De verzamelde meute bekijkt ons nieuwsgierig, maar niet opdringerig. Op het moment dat we op de fiets stappen richting Baysun, breekt een luid gejuig en gewuif los. Wat een afscheid!

Het landschap is dor, maar de rit is niet saai. Tussen de glooiende heuvels liggen lemen dorpen. Vrouwen werken op het land in een soort badjas en sloffen. Ook in de dorpen lopen de dames in deze kleurrijke kledij rond. Meer dan 65 jaar communisme heeft ervoor gezorgd dat de vrouwen niet veroordeeld zijn tot in huis te blijven, zoals in sommige andere Islamitische landen.

 

Hier kun je geen tent opzetten

Normaal beoefenen de mannen met hun karakteristieke koppen de streeksport Buskashi. Dit is een worstelsport, maar de worstelaars zitten op een paard. Al worstelend moeten de mannen een dode geit bemachtigen en die over een doellijn werpen. Buskashi is hier razend populair, maar tijdens deze Ramadan-maand ligt de competitie stil.

We krijgen geen genoeg van de indrukwekkendheid van dit ongerepte gebied.

De gemene hellingen kwellen onze kuiten, maar we besluiten toch om nog langer door de bergen van Oezbekistan te fietsen.

Terwijl we aanstalten maken om onze tent op te zetten naast een rivier spreekt een vrouw ons aan. Ze is gekleed in een lange jas met grote bloemen: “Hier kun je geen tent op zetten, want het is koud ‘s nachts en jullie moeten eerst eten”. We kijken naar haar, hoe ze dit aan ons duidelijk maakt. De tent gaat weer op de fiets en we lopen achter de vrouw aan naar haar huis. In het huis worden we onthaald door de verzamelde familie. De oudste is een schattig 85-jarig omaatje. Voor het eerst in haar lange leven ziet zij westerse fietsers in haar dorp. Het zwaar gerimpelde vrouwtje begroet mij enthousiast. Oma blijft in mijn handen knijpen. Voor ons vertrek op de volgende dag krijgen een grote zak walnoten in onze handen gedrukt als geschenk.

Het zit ons niet mee: de klim naar de bergpas slaat alle voorgaande klimmende wegen. Hier valt niet tegenop te fietsen. Dit betekent lopen! Moeizaam sleuren we onze fietsen naar boven. We blazen even uit langs de weg en we kraken een stel walnoten. Een stel motorrijders giert naar beneden. Ze stoppen. Een man gekleed in een traditionele fluwelen lange jas komt van zijn motor af. Hij vliegt John spontaan in de armen en lacht mij met zijn gouden tanden toe. ”Waar komen jullie vandaan?” “Holland”. Geen reactie, verkeerde uitspraak zeker: “Kalandia.”  Beet! “ahhh, Goelit, Van Basten!” Menselijke communicatie is meer dan het spreken van een taal. Openheid, gastvrijheid en het geduld van de mensen zijn eigenlijk veel belangrijker. Door alle boeiende ontmoetingen doen we over de 11 kilometer naar Langar bijna een hele dag!

 

Groene thee en een kom sjorpa

In Tadzjikistan fietsen we ook door een ongerept maar hoger gelegen berglandschap. De dorpen laten duidelijk zien, dat we in een van de armere landen in de wereld zijn. We hebben het gevoel dat een tijdmachine ons vele decennia heeft terug gezet  Asfalt is veelal onbekend en onze rijwielen hobbelen over de losse stenen.

In ieder dorp staan we met onze fietsen meteen in de belangstelling. Soms duikt een theehuis op. Ideaal om uit te rusten achter een grote pot groene thee en een kom sjorpa (soep gemaakt van schapevet) met vers brood.

Fietsen in Tadzjikistan betekent nog meer klimmen dan in Oezbekistan. Een hoogtepunt is de op 3373 meter gelegen Anzob pas. Eindelijk boven striemt plotseling een heftige sneeuwstorm op ons los. We zien elkaar niet meer op een meter afstand. “Helaas, geen restaurant om in te schuilen” roepen we naar elkaar. De redding is echter nabij, een man met een serie gouden tanden spreekt ons aan: “Ik ben meteoroloog, kom snel met mij mee naar binnen, want de sneeuwstorm wordt nog erger”. Het duurt wel even voordat we hem begrijpen. Door de vers gevallen sneeuw sjokken we mee naar zijn kleine onderkomen. De warmte van een knetterende houtkachel komt ons aangenaam tegemoet. Nuredin onze gastheer woont het grootst gedeelte van het jaar eenzaam op de Anzob pas. De meteoroloog controleert elk half uur de temperatuur en luchtvochtigheid. Dat doet onze gastheer wel met apparatuur van minstens vijftig jaar oud.

“Jullie hebben geluk, want er is beter weer op komst”. Nuredin krijgt echter geen gelijk. De volgende dag dalen we in een sneeuwstorm af naar de hoofdstad Doesjanbe. Ineens zijn we weer terug in 2006: wat een schril contrast tussen hoofdstad en de rest van het land!

In de luxe blikken we terug. Zonder al de lieve mensen die we ontmoet hebben zou onze fietsreis in deze prachtige landen niet compleet zijn.

12月16日

Op de fiets in Georgië 2007

 
 
 

georgie armenie vervolg

15-10-2007 Echmiadzin, Geghard klooster en de berg Ararat.

In Echmiadzin is de hoofdstad van de Armeense Apostolische Orthodoxe kerk. Voor de Armeniërs dus eigenlijk hun Vaticaan.
In deze kerk lag tot voor kort een hele bijzondere relikwie, namelijk de lans waar een Romeinse soldaat Jesus Christus mee stak om te kijken of de kruisiging wel effectief genoeg was. Volgens de reisgids moest de lans in de schatkamer liggen, helaas verteld de bewaker dat de lans is overgebracht naar een museum in Yerevan.
 
Na Echmiadzin gaan we naar het Geghard klooster. Dit klooster ligt aan het eind van een ruige bergkloof.
Na een stevig dagje trappen komen we aan bij dit spectaculair liggende klooster. Het klooster is voor de helft uit de rotsen gehakt.
 
CONVAR767   CONVAR1060
 
In één van de ruimtes is een wensbron waar mensen gebruik van maken. Op een gegeven moment begint de doop van een jongentje en we aanschouwen deze ceremonie. De priester zingt met een prachtige stem die door het gebouw galmt. Allerlei zegeningen volgen, ook een pak zout waarmee een ritueel geslacht varken mee wordt gezout, wordt gezegend.
 
We kamperen naast het klooster. Eten doen we bij barbequende mensen die deze kloof vaak bezoeken.
De volgende dag rijden we door de kloof naar beneden en bekijken de orgelpijpen van Garni. Dit zijn peilers van basalt en die ontstonden toen de lavamassa na stolling ging krimpen en uiteen brak in zuilen.
 
Daarna volgt de laagvlakte waarin Yerevan ligt. Net over de Turkse grens ligt het meeste heilige stuk grond van de Armeniërs, de berg Ararat.
Tot aan de genocide van begin vorige eeuw konden de Armeniërs hier gewoon komen, dit deel was een stuk Armenië.
Nog net op Armeens grondgebied ligt het klooster Khor Virap. Met hoge muren er omheen heeft het meer weg van een kasteel.
De ligging op een kleine heuvel met als achtergrond de vulkaan kegels van de grote en kleine Ararat maakt onze reis kompleet.
We slapen in een boomgaard, niet rustig, in de nacht rennen de Kaukasische herdershonden rond de tent.
 
In Yerevan is het feest, de stad bestaat een flink aantal eeuwen, hoeveel konden we helaas niet verstaan. Allerlei muziek op het republic square met als toetje een vuurwerk waar je U tegen zegt zorgen dat we met groot plezier terug kijken op deze reis.
 
CONVAR1229  CONVAR1234
 
 Direct na de Georgisch Armeense grens begint de Debed kloof. De Debed rivier komt uit het hoogland van Armenië.
De kloof is bekend om zijn kerken en kloosters. Helaas, de weg loopt langs de rivier terwijl de meeste kloosters op de uitlopers van de hoogvlakte liggen. Wat we wel langs de rivier vinden zijn industriele complexen die grotendeels vervallen zijn. In 1990 werdt Armenië onafhankelijk en wat we daar van zien, is dat veel bouwwerken zijn verlaten. Half afgebouwde flats met roestende hijskranen 'sieren' het landschap. Sommige hijskranen worden nu gebruikt door ooievaars. Het is oogst tijd en langs de rivier zitten veel mensen die fruit verkopen. Wij krijgen het fruit vaak kado van de aardige mensen.
 
IMG_4077  IMG_4045
 
Onze interesse zijn onder andere de kerken en kloosters die spectaculair liggen in een prachtig landschap. De kloosters en kerken liggen op heuvels die je vanuit de debed kloof niet kan zien. Voor iedere kerk moeten we dus ongeveer 400 tot 500 meter klimmen. Hier zijn ook veel honden te vinden.
 
We merken direct dat Armenië een stuk toeristischer is. Vooral veel Fransen komen per touringcar naar de kerken en kloosters. Veel van hen zijn nakomelingen van de Armeniërs die voor de genocide van rond de eerste wereldoorlog vluchtten naar Frankrijk, Verenigde Staten en Midden Oosten.  
 Via Vanadzor en Spitak klimmen we over een pas van ongeveer 2200 meter. Boven op een bergpas worden we warm ontvangen door een groep franse mensen. Wij worden uitgebreid gefilmd en gefotografeerd. We zijn blij de pas over te gaan omdat we sinds de eerste dag in Armenië worden we geplaagd met koud en nat weer. Het gebergte waar de pas op ligt is een klimaatscheiding en aan de zuidzijde fietsen we weer in de zon met een kleine 30 graden!
 
Na de pas dalen we weinig en zien we de Aragats, een vulkaan van een dikke 4000 meter hoog.
De dorpjes zijn arm en veel mensen leven van veeteeld. Het is ook het gebied van de Yezidi Koerden. We zien oude begraafplaatsen met naar onze ideeën nogal vreemde beelden. Gudy fotografeert een gezin, en binnen de kortste keren zitten we achter een rijk gedekte tafel. Gudy laat ons Nederlandse fotoboekje zien en zo leren die mensen ook iets over ons land. Omdat communiceren met mensen heel moeilijk is, gebruiken we het fotoboekje om toch nog contact met de bevolking te hebben.
 
Voor meer informatie over Armenië, kijk op Armeniapedia.

Na een aantal onzekere dagen wachten, worden we in de vroege avond gebeld door Eduard Roelofs. “Ieder moment kan Frank geroepen worden voor een fotosessie met Mikheil Saakashvili”, zegt Eduard. Uiteindelijk lopen we om kwart over elf s’avonds de kanselarij binnen. Een aantal veiligheidscontroles volgen. Dan zwaait de deur open en een breed lachende president van Georgië schudt Frank de hand.

 

   IMG_3778  IMG_3721

 

 

Het gesprek wat volgt is losjes en niet geanimeerd. De president is erg geintresseerd in Frank's bevindingen in Georgië. Ook over de hondenbeet is hij volledig geinformeerd.

Na een gesprek van 25 minuten nemen we afscheid en worden met de SPS 103 (Special Presidential Services) naar onze hospita gebracht.

 

Hier even een stukje tekst vanuit Tbilisi. Morgen gaan we fietsen naar de grens van Armenie samen met Frank van Rijn. Eerst gaat hij naar het ziekenhuis voor een injectie tegen rabies, daarna hebben we als het goed is een ontmoeting met president Saakashvili.

Wat hieraan vooraf ging kunnen jullie in het volgende stukje lezen.

 

Op een gewone fietsdag na een bezoek aan de kloosters in grotten van Davit Gareji gebeurt er iets waar Frank al heel lang bang voor is. Honden achtervolgen de eenzame fietser. Frank schreeuwt en stapt af en gooit stenen, maar helaas wordt hij gebeten. In paniek belt hij Eduard. “Die rotmormels hebben me in mijn kont gebeten”.  De manier waarop Frank dat vertelde is heel vermakelijk voor Eduard. Eduard haast zich naar de plek waar Frank zich bevindt en brengt hem naar een ziekenhuis in Tbilisi. De injecties tegen hondsdolheid en tetanus zijn noodzakelijk.

 

Ondertussen is er een ontmoeting geregeld met Sandra Saakashvili Roelofs, de First Lady van Georgie en mr. Onno Elderenbosch, de Nederlandse ambassadeur van Georgie en Armenie.

Frank wordt uitgebreid gefilmd en hij moet een aantal vragen beantwoorden voor de pers.

Dezelfde avond is Frank in het journaal op de televisie te bewonderen.

Wij stellen een aantal vragen tijdens een traditionele Georgische maaltijd aan first Lady Sandra en wereldfietser Frank.

 

Kutaisi is een leuke stad om te verblijven. Een aangenaam klimaat en veel parken. In het park in het centrum zit het elke dag vol met mensen.

In het park draaien ze prachtige muziek. De fonteinen werken ook net als in de hoofdstad. De fonteinen zijn een van de dingen waar de lokale bevolking over moppert. Ze mopperen over dat zij zelf geen stromend water hebben en in de grote stad laten ze voor honderduizenden lari's de fonteinen opknappen. Het prachtige park in Kutaisi heeft ook een keerzijde van de medaille. 60% van de bevolking is werkeloos, dus al die volle parken is niet voor niets. We bezoeken het klooster Gelati net buiten de stad Kutaisi en het kerkje Motsaminda, wat een prachtig uitzicht heeft op een woeste rivier. Het landschap is zoals de gorges in Zuid Frankrijk.
We hebben Kutaisi verlaten met de trein. Een hobbelige rit van 5 en half uur. De volgende dag gaan we Eduard en Frank tegemoet fietsen. Zij komen uit Davit Gareja.
Over de drukke weg richting Rustavi fietsen we de stad uit. Het is nooit leuk om een stad in en uit te fietsen. Zo denkt Frank er ook over, maar de stad moet toch bereikt worden. Plotseling zien we 2 fietsers aankomen met een zwarte mercedes erachter. We pakken de filmcamera en fotocamera en leggen dit vast. Eduard zegt tegen Frank " Doe je petje af voor de foto" Frank zegt tegen Eduard " Doe die zonnebril af voor de foto" en lachend fietsen ze langs. De auto's ruizen langs onze oren. We fietsen over een ventweg naast de snelweg. Een verademing als fietser omdat er geen verkeer is, maar een crime voor de volgauto. Hij rijd met 15 km per uur door alle kuilen. Ze denken waarschijnlijk " Wat een rare fietsers, dat andere stuk weg is toch veel beter". We naderen het begin van de hoofdstad. "De George Bush weg" zegt Eduard. "Een foto" roep ik dan. Eduard, Frank en John gaan naar de overkant. Bij dit stuk weg is er veel verkeersopstopping. We gaan verder naar de binnenstad. Hier zegt Eduard "Een terras". Frank zegt "Een park met een plekje in de zon". Het wordt het park en we picknicken met een warme khachapuri en cola. Hierna fietsen we naar de chique straat van Tbilisi, de Rustaveli avenue. Hier drinken we wat op een terras bij een boekwinkel. 's avonds hebben we een uitstapje naar de opera die ligt aan de rustaveli avenue. Het opera gebouw is in Moorse stijl gebouwt. Je waant je in een oude italiaanse film. Opgedirkte mensen zitten in loges. De kroonluchters schijnen en de muziek begint. Het is net een oude italiaanse film. Frank, Eduard, John en ik waarderen dit uitstapje. Het wachten is op de first Lady, maar die zat met vertraging in Engeland.

9月30日

fietsen in georgie

We zeggen gedag tegen de woontorens in Mestia en we gaan naar het hoogste dorp van Europa. Ushguli ligt op ruim 2200 meter hoogte. We krijgen van Zoya, onze gastvrouw, kachapuri en andere dingen mee voor onderweg. Ze geeft ons voor 2 dagen eten, wat normaal is in Georgie. Naar Ushguli wat 48 km is zullen we niet veel tegen komen. In Mestia heeft de Lika, een Georgische die in Oostenrijk woont voor ons een kamer gereserveerd bij Laert en Eleonora (broer en zus). Bij het vertrek zegt een agent  „De weg is slecht“.  Wij knikken en we roepen „Kargi“ (goed) en lachend fietsen we weg. We klimmen Mestia uit door een bos en we kunnen de Ushba weer zien. De Ushba is de Matterhorn van Georgie. Langs de rivier over een slecht pad klimmen we naar 2200 meter. Helaas blijven we niet op hoogte en krijgen een afdaling naar 1750 meter. Hier ligt een dorp waar de tijd heeft stil gestaan. Sleeen getrokken door koeien brengen het hooi naar de schuur. Al het werk op het boerenland gebeurt ook zonder machines.
 
Na dit dorp moet er een hek geopend worden en dit is de ingang van een prachtig natuurgebied. Bossen en een diepe kloof waar we door heen fietsen. Het klimmen gaat hier ook wat moeilijker en af en toe stappen we af om de fietsen voor te slepen. We doen over de 48 kilometer de hele dag, omdat het een prachtig landschap is, maar ook heftig fietsen.
  
In Ushguli hebben we uitzicht op de hoogste berg van Georgie ongeveer 5200 meter hoog. Ushguli is een verzameling van 4 kleine dorpjes. In de buurtschappen is het uitgestorven. Een enkele bejaarde man of vrouw loopt hier rond. Bij ons gasthuis zijn 4 Israelische wandelaars gearriveerd. We gaan met hun en hun gids naar een tuin waar je bier kan krijgen. S avonds eten we gezamelijk met Laert en de gids van de Israeliers. Weer wordt er bier geopend. Bier is hier te verkrijgen in grote plastic flessen van 2 liter. Het eten is veel en voedzaam.
 
Voordat we de afdaling krijgen is het nog 7 kilometer klimmen naar een pas van bijna 2650 meter hoog. We zien overal gletschers om ons heen. Hierna volgt de steile afdaling en na 18 kilometer krijgen we een verlaten dorp. Geen enkele auto komen we op dit traject tegen.  Na 40 kilometer volgen er kleine dorpen. We fietsen aan de schaduwkant van de bergen wat betekend dat we veel door plassen moeten fietsen. We zien er vies en modderig uit net als de varkens die over straat lopen.
 
In Sasasi kunnen we bij Omechi en zijn familie overnachten. We zetten onze fietsen bij zijn huis neer en gezamelijk wandelen we naar een bron. Eigenlijk zijn we best moe van het fietsen maar het is maar een wandeling van 20 minuten. We lopen via een kerkhof met een Svan toren. Omechi kijkt treurig en wijst naar het graf van zijn vader, die een paar maanden geleden aan een hartaanval is overleden. We lopen verder door het bos naar de bron voor mineraal water. De bron ligt temidden van een vervallen kuuroord. Er staan ongeveer 20 vakantiehuizen allemaal op instorten. Ooit was hier een bioscoop met de nieuwste russische films. Maar het water is er niet minder om geworden.
 
In de avond organiseert Omechi en zijn vrienden een supra voor ons. Veel eten en veel wijn. Er wordt getoast op de familie, hierna wordt gegeten, getoost op vriendschap, en weer wordt er gegeten, getoost op onze families en er wordt weer gegeten als slot op de overledenen. Hier laat hij een drupje wijn op zijn bord vallen. Supra is een serieuze bedoeling. Als de tamada (toaster) aan het praten is mag je nog niet gaan drinken en eten. Als hij klaar is met zijn preek zegt hij  „Gaumarjos“ (de overwinning is aan u). Tijdens dit toasten zijn we blij dat we in het huis mogen slapen, want buiten regent het hard.
  
In 1858 schreef Alexander Dumas een boek over de Kaukasus met een citaat. „De Kaukasus is een prachtig gebied als de sneeuw niet zo koud was en de wegen niet zo slecht waren“ Dat laatste hebben we ondervonden. De sneeuw hebben we gezien op foto’s van Omechi. Waar hij woont in Lager Svanetie ligt 6 maanden per jaar sneeuw.
 
De Rioni rivier volgen wij. Hier speelde ooit de mythe zich af van Jason en het Gouden vlies met zijn schip de Argo. We klimmen en dalen langs de Rioni rivier naar de stad Kutaisi. Hier hebben we een paar rustdagen. In Kutaisi wijst Chris een NGO'er (Non Govermental Organisation) uit Amerika ons de weg. Dat is nog al handig, de meeste straten hebben geen borden. We gaan met  hem uit eten. Op de terug weg horen we een hoop herrie. Honderden georgische mannnen bekijken een rugby wedstrijd op een groot scherm in een park.
 
Vandaag bezoeken we per fiets de Gelati kerk waar David de Bouwer en Koningin Tamara liggen begraven. Deze mensen zijn belangrijk voor de geschiedenis van Georgie. Wij hebben nog een paar weken te gaan in Georgie en dan behoort dit ook tot geschiedenis. Wij bedanken we alle lieve gastvrije mensen in dit mooie land.
-2007 Svaneti
In het noordoosten van Georgië ligt de streek Svaneti. Svaneti ligt heel afgelegen in de hoge Kaukasus. Hierdoor hebben veroveraars als Turken, Perzen en Russen er nooit invloed gehad. Modern comfort als auto's en electriciteit pas in de laatste jaren voorhanden.
Je ziet hier rondom bergen van 4000 tot 5000 meter hoogte, woeste kloven en de bevolking woont in middeleeuwse woontorens.
 
De wegen zijn met geen pen te beschrijven, het voordeel is dat je een auto minstens tien minuten van te voren hoor aankomen.
Tussen de huizen en de imposante toren scharrelen varkens in de modderige straatjes. Omdat Svaneti nooit is veroverd door anders gelovenden hebben ze hun eigen religie goed kunnen bewaren. Ze zijn Georgisch orthodox christelijk, en in hun rituelen vind je veel voorchristelijke gebruiken terug. Zo offeren ze dieren om onze lieve heer om een gunst te vragen en knopen lintjes in wensbomen.
In deze streken in bloedwraak een hobby die met veel liefde wordt gebezigd.
 

Svanetië is lang afgesloten geweest van de buitenwereld. De eerste echte weg naar Svanetië werd in 1937 aangelegd en televisie is er sinds 1975. De val van de Sovjet-Unie en de Georgische burgeroorlogen maakten de provincie opnieuw tot de geïsoleerde plek die het van oudsher is. Pas sinds kort zijn er opnieuw wat middelen om wegen en infrastructuur te onderhouden. Maar tegen een kletsnatte lente én zomer is geen bulldozer opgewassen.

 
Na een hobbelige rit in de nachttrein van Tbilisi naar Zugdidi zijn we in de ochtend om half 6 aangekomen. We wachten met fietsen tot het licht geworden is.

Na vijf kilometer fietsen breekt een rail van John zijn zadel in tweeen. Lastig, maar gelukkig weten we in het dorp Dzvari een soort smit te vinden, na een kwartier lassen zitten er twee stalen stangetjes onder de rails, en kunnen we echt beginnen. Ondertussen probeer ik (Gudy) te communiceren met de vrouwen in het dorp. Ze runnen winkels en restaurants. Vaak hebben ze voor hun huwelijk een ander beroep, zoals lerares of secretaresse. Ze gaan trouwen, krijgen kinderen en om wat extra bij te verdienen hebben ze een klein winkeltje aan huis.

We klimmen verder omhoog en we gaan op zoek naar een slaapplaats. We zien een gebouw wat op een hotel lijkt en besluiten daar heen te fietsen. Bij een slagboom worden we tegen gehouden. "Militsia" verteld een van de bewakers. We mogen wel doorfietsen naar het begin van een stuwmeer. In het grote gebouw zijn we welkom bij het hoofd van de politie. We groeten hem in het Georgisch en vertellen hem waar we vandaan komen. "Sandra" is zijn antwoord. Hij spreekt Georgisch en Russisch dus communiceren gaat weer een beetje moeilijk. Hij is verrast dat we wat woorden georgisch spreken en we krijgen een boek kado over de laatste politieke ontwikkelingen van Georgie. We proberen hem uit te leggen dat we deze geheimtaal niet kunnen lezen, maar het boek moet mee naar Nederland. Hij verteld ons dat we de tent op kunnen zetten in de tuin met uitzicht op het stuwmeer. 's Avonds krijgen we een bord vlees, kaas en brood van de heren. Als de zon onder is gaan we de tent in. Het is flink koud.

De volgende dag fietsen we 30 kilometer langs het azuurblauwe stuwmeer. De weg langs het meer is soms onverhard en gaat behoorlijk op en neer. We stoppen bij een blokhut. Hier eten we khachapuri, het beroemde georgische kaasbrood. In onze ogen een broodje cholestrol. Brood gevuld met boter, kaas en eieren. Trots showt de eigenaar van het restaurant zijn keuken die uitzicht heeft op het stuwmeer.

Na een paar uur fietsen hebben we weer honger. En weer is daar een blokhut waar we stoppen. Binnen zitten allemaal mannen en roepen "Gaumarjos" (op de overwinning). Ik maak een foto van ze en ze willen ook nog bij hun auto op de foto. Natuurlijk is niemand de BOB.

In Georgie gebeuren veel auto-ongelukken doordat dronken mensen een ravijn in rijden of in slaap vallen. Langs de kant van de weg vindt je dan ook veel graven. Vaak met een prachtig uitzicht. De begraafplaatsen in Georgie zien er mooi uit. De mensen maken er veel werk van. Als je van veraf aan komt fietsen is het net alsof je een park met tuinhuizen tegemoet rijdt. Rouwkleding is in Georgie gebruikelijk tot een jaar na de begrafenis. Vele mensen in de bergen dragen zwart en ook zie je vaak dat ze een medaillon van hun overleden familielid dragen of een broche aan de kant van het hart gespeld op de blouse.

We fietsen een prachtige kloof in en hierna komen we geen eethuizen meer tegen. We kunnen lekker doorfietsen. Rond 6 uur maken we ons zorgen want we hebben nog geen overnachtingsplek. In dit gebied wordt het niet aangeraden om wild te kamperen. We komen een uiteindelijk een kleine blokhut tegen en rijden daar met onze fietsen het erf op. Grote honden blaffen. Caucasische honden zijn groot. Ze hebben gecoupeerde oren en zijn ervoor om de wolven tegen te houden. Oppassen dus. Nona komt aanrennen en jaagt ze weg. "Karawi"? vraag ik (kamperen). Nona legt uit dat we eerst moeten eten en daarna de tent kunnen opzetten. We krijgen een heerlijke maaltijd van haar met zelfgemaakte produkten en een glas wijn. We toasten op Georgie en op Nederland. Met het georgisch woordenboek kunnen we toch nog wat communiceren met elkaar. Nona is directrice van een weeshuis geweest en nu runt ze een winkel. Nona laat mij een dans zien uit Svanetie en zingt een lied uit Svanetie. Ze is duidelijk trots om Svan te zijn.

De volgende ochtend gaan we nog 45 kilometers naar Mestia. Hier slapen we voor het eerst in een huis. Zoya is een goede gastvrouw en kookt goed. We genieten hier van de hoge bergen en de mooie uitzichten op de woontorens die al duizenden jaren oud zijn. De dorpen in Svanetie kenmerken zich door hun hoge woon en wachttorens. Vroeger als de vijand kwam vluchtten de mensen in de toren. De ingang van de toren zit ongeveer 5 meter boven de grond en is alleen per ladder te bereiken. Zo zaten de families veilig. Saakashvili heeft in Svanetie een aantal bendes laten oppakken die een aantal jaren geleden toeristen overvielen. Nu is Svanetie weer wat drukker bezocht door de toeristen. We wandelen wat door dorpen en maken contact met de mensen. Ze zijn allemaal even hartelijk tot nu toe.

Vijf jaar eerder, oktober 2002 waren we voor het eerst in Georgie. Shevarnadze was aan de macht en het land stond aan de rand van faillissement. Corruptie vierde hoogtij. Nu Vijf jaar later 2007, Tbilisi is gedeeltelijk gerenoveerd en nog steeds zijn ze hard aan het werk om er een mooie stad van te maken.

We slapen we bij Nasi Gvedtadze, een gepensioneerde dame die haar huis verhuurd om de eindjes aan elkaar te knopen.

Gepensioneerden in Georgië hebben het niet makkelijk. De één verkoopt zijn huisraad, de andere bloemen en Nasi spreekt Duits,
dus kan met westerlingen communiceren en zo wat centen verdienen.  Frau Nasi herkent ons meteen en komt gelijk met haar fotoboekje aan. Hier vinden we verschillende foto's van ons, maar ook van andere toeristen. Zij is heel blij met een foto als herinnering.
 
Het regime in Nasi's homestay is heel streng. Zitten op het bed is vragen om een standje, want zitten doe je op een stoel!
Op het toilet vind je krantenpapier in plaats van wc papier of geen wcpapier. Zelfs voor het inpluggen van een batterijlader vraagt ze geld.
Het huis van Nasi ligt in een leuke wijk met de naam Marjanishvili. Het metro station is dichtbij dus de hele stad is makkelijk te bereiken.
De gesprekken op de veranda met Frau Nasi zijn heel gezellig. Ze heeft een brede algemene intersesse in verschillende landen. We geven haar een boekje over Nederland kado. Ze weet veel over Georgië en heeft alle adressen van andere homestays. 
 
De eerste dag hebben we direct Dhr. Eduard Roelofs gebeld. "Jullie worden verwacht", zei hij. Om half zeven staan wij bij de opera op hem te wachten. Twee geblindeerde mercedessen komen ons ophalen en we worden naar een theater gebracht aan de rand van de stad. Hier treed een kamerorkest op met o.a. kaukasische klassieke muziek, maar ook europees werk spelen ze. Het is voornamelijk vioolmuziek. We praten na afloop wat met Eduard en Magda, de ouders van Sandra. Met een kleerkast van een lijfwacht stappen we in de geblindeerde mercedes en hij brengt ons weer naar het huis van Frau Nasi.
 
De volgende dag hebben we een oneindige hoeveelheid bruidsparen gezien in en rond de kerken van de oude stad. Zaterdag is de trouwdag in Georgie. Toeterend rijden de auto's door de stad.
In de Metheki kerk dopen ze kinderen maar ook volwassenen op zaterdag.  De mensen staan in een plastic teil en er wordt door de geestelijke water over hun heen gesprenkeld. Aan het eind van dit ritueel wordt er aan 4 kanten een stuk haar afgeknipt. Ze krijgen een kruis aan een ketting die ook in het water gedompeld is.
 
In de namiddag hebben we Frank van Rijn ontmoet en even later zaten we met hem en de vader van Sandra Roelofs in een cafe. "Cyankali moet je eten", zegt Frank verheugd. Wij kijken hem even bedenkelijk aan. Kinkhali is een georgisch gerecht. Het is een soort ravioli met vlees en bouillon. "Je moet het eruit slurpen" vertelde Eduard. Wij begonnen heel onhandig aan deze grote ravioli dingen die we 5 jaar geleden ook al meer hebben gegeten.
Plotseling komt het nichtje van Eduard binnen en daarna stapt Sandra naar binnen.
De bezoekers van het cafe staarden haar met open monden aan. De deur van het cafe wordt afgeschermd door bodyguards. Sandra is heel populair in Georgie en de mensen waarderen haar voor haar humanitaire hulp en het goed spreken van de talen.
 
Vijf jaar eerder fotografeerde ik een oude man in Tbilisi in de joodse wijk. Het toeval is dat we hem nu ook weer tegen komen op een bankje. Hetzelfde geld voor onze ontmoeting met Elza Kobrava. In de nieuwe Sameba kerk boven de stad herkent ze ons en is erg blij om ons weer te zien. Over twee weken gaan we haar weer zien en een hapje met haar eten. 
We gaan ook de stad verkennen en door de straten en parken lopen. Onder de platanen zitten oude mannen te kaarten. Ze vragen mij "Sadauri char"? Waar kom je vandaan? " Hollandia", zei ik. "Sandra, Sandra" roepen ze verheugd in koor. De mensen zijn heel blij als je een paar woorden Georgisch spreekt en ik doe hier dan ook mijn best op. Onderweg ontmoeten we Amalia een stevige vrouw uit Abchazie. Ze is weduwe want ze draagt zwart. Alle weduwen dragen een jaar lang zwarte kleding. Ze verkoopt kaarsjes om wat geld bij te verdienen.
 
7月22日

Fietsen in Libanon (2003)

Fietsen in Libanon

Een verscheurd land met grote verschillen

 

“Libanon, ik heb je lief mijn land”, zong de legendarische zangeres Feiruz ooit. Zullen wij dat ook vinden? We fietsen richting Beiroet. Naast de toeterende auto’s op de snelweg fietsen we ook langs vele billboards. De ene keer zie je Ayatollah Khomeini afgebeeld en de andere keer in bikini geklede dames. Wij vragen ons af in welk land we zijn aangekomen.

 

Vermoord?

We zijn er al snel achter dat het aan de kust hinderlijk druk is voor fietsers en we besluiten de bergen in te gaan. Het klimmen gaat moeizaam, want de wegen zijn erg steil. We worden bijgestaan door de vele beeldjes van Jezus die we langs de kant van de weg zien en af en toe roept er iemand “God bless you”. In het Christelijk dorp Qartaba worden we getrakteerd op een aantal pizza’s en cola. Met volle buiken fietsen we Afqa in. Overal hangen posters van Ajatollah Khomeini en andere religieuze leiders. In Afqa ligt de beroemde grot van Adonis. Volgens de Griekse legende zijn hier Adonis en Aphrodite elkaars geliefden geworden. Afrodites man werd jaloers en doodde de mooie Adonis. In dit dorp is niet alleen Adonis gedood, maar ook vier dagen geleden een shiietische moslim. Hij werd vermoord om religieuze motieven. Deze dag is de begrafenis en het dorp hangt vol met zwarte vlaggen. Er loopt veel politie op straat. De eerste druppels van een stevige onweersbui vallen naar beneden. Sohar, alias “mamma Susu” is onze reddende engel. Mama Susu is shiiet en weduwe en voor haar is iedereen gelijk ongeacht welk geloof. Zij kookt een heerlijke maaltijd voor ons en we blijven overnachten. De dag erop klimmen we naar het skigebied Laqlouq, wat op 1900 meter hoogte ligt. Dezelfde avond vinden we een mooie wildkampeerplek vlakbij de beroemde cederbossen van het land. We koken ons eigen potje en we hebben weer even rust.

 

Palestijnen en Pyama’s

Ten noorden van Tripoli stoppen we in een armoedig dorp. Een moment later komen we erachter dat we in een Palestijns vluchtelingenkamp zitten. “Ik wil sterven voor mijn land”. Emotioneel verteld een man hoe de situatie in het kamp is. “We werden 50 jaar geleden verjaagd met het idee dat ze na een maand oorlog weer naar huis konden terugkeren”, jammerde de man. Bijna iedere familie heeft nog een sleutel van zijn huis in Israel, hoopvol wachten ze op hun terugkeer. We verlaten het kamp met een rot gevoel. De weg stijgt geleidelijk. De auto's worden steeds ouder maar ook minder in aantal. “Where are you going” een auto stopt en de chauffeur draagt een cowboyhoed naast hem zit een man met een arafatdoek. “Naar Qubaiat” vertelt John. Dit is een Christelijk dorp omgeven door islamitische dorpen. We vragen hier naar een hotel, maar de mensen sturen ons naar een klooster. De weg kunnen we niet vinden, want het wordt al donker. We stranden bij het huis van Albert en Lodi. We mogen hier slapen en douchen. Voor mij ligt er een lichtblauwe pyama klaar met grote bloemen. Albert nodigt ons uit om een stukje te gaan rijden met zijn auto. De auto is zijn trots, Lodi, ik en de twee kinderen stappen gekleed in pyama in de auto. We gaan eten halen en we genieten van de mooie verlichte dorpen in de bergen. De nacht is onrustig. We slapen in de huiskamer en we worden aangevallen door tientallen muggen. Albert, ex-militair waarschuwt ons de volgende dag voor zijn voormalige vijand, de Shiieten in de Bekaa vallei.

 

Hezbollahland

Na flink klimmen in het kalksteengebergte, dalen we af naar Hezbollahland (de Bekaavallei). Ayatollah Khomeini lacht ons vriendelijk toe. In Hermel wapperen gele vlaggen met een vuist en een Kalashnikov, het symbool van de Hezbollah. Hermel is bekend om zijn 2500 jaar oude pyramide. Het is een mysterieus bouwwerk waar niemand de oorsprong van weet. Overdag is het in de Bekaavallei 35 graden in de schaduw en dorstig bereiken we Baalbek. De Romeinse historicus Plinius zei ooit: “Wij maken grote reizen om dingen te zien waarop wij in onze woonplaats geen acht slaan”. Wij voelen ons gelukkig om hier te zijn met de fiets. De stad Baalbek is na de verovering van Alexander de Grote Heliopolis genoemd. De naam betekend ook wel stad van de Zon en ook de Romeinen gebruikten deze naam. De drie tempels, Venus, Bachus, Jupiter zijn een van de grootste en mooist gedecorreerde tempels ter wereld. ‘s Avonds zien we de zon ondergaan tussen de tempels. De hemel is roze rood gekleurd. We horen plotseling veel getoeter. “Het is vrijdag” roept iemand ons toe. Veel moslims trouwen op vrijdag en maken dan veel herrie.

 

Druzengebergte

Na Baalbeck fietsen we langs sloppenwijken. Hier leven de Syrische gastarbeiders, die in hutten wonen gemaakt van jute en karton en hout. “We gaan op druzenjacht”,zegt John ineens tegen mij. De Druzen wonen voornamelijk in het Chouf gebergte in het zuiden van Libanon. We hebben de wens een oude Druus op de foto te nemen. De mannen zijn traditioneel gekleed en dragen een “drollenvanger”, een arabische broek waarvan het kruis tussen de knieen hangt. Op hun hoofd dragen een fez omwikkeld met een witte tulband en ze hebben een lange witte baard. Ze hebben maar een slechte eigenschap; ze willen niet op de foto! In Gharife ontmoeten we de Khamal die ons uitnodigt voor de thee. Khamal verteld over het geloof van de Druzen. Het geloof is voortgekomen uit de shiietische islam. De Druzen geloven o.a. in reincarnatie. Mohammed is niet hun eigenlijke profeet en de Koran niet hun geschrift. Ze hebben zeven heilige boeken die de Al Hikma worden genoemd. De oudere Druzen worden ook wel wetenden (oekhal) genoemd en staan de onwetenden te woord.  We vertellen Khamal onze wens, wat betreft het fotograferen van een oude Druus. Hij helpt ons en neemt ons mee naar een man met de geestelijke rang van oekhal. Het blijkt een op sterven liggende oude man van 95 jaar te zijn en bovendien nog blind. Het is te genant om hier een foto te maken.

 

Verdeeld Beiroet

Na een paar dagen in het gebergte gaan we naar via Sidon terug naar Beiroet. ”Kijk, wat een akelig horloge”. Het blijkt een horloge te zijn met op de wijzerplaat de afbeelding van de Twintowers waar een vliegtuig in vliegt. Maar onze tijd vliegt en we hebben nog een paar dagen voor Beiroet.

We naderen Beiroet over de snelweg. De snelweg duikt op een gegeven moment een tunnel in. Door de zuiging van het verkeer hebben we een behoorlijke meewind en we scheuren met een snelheid van 45km/h door de tunnel. Compleet opgefokt komen we hier levend uit. Tegen de avond maken we een wandeling over de boulevard. Hier zie je van alles rondlopen, fietsen en skaten.  De gewone gezinnen die niets in de dure restaurants willen kopen zitten langs de boulevard. Ze nemen hun eigen eten mee en creëren hele maaltijden op hun gasbrandertjes. De Miami toestanden; dure auto’s, stoere mannen en sexy vrouwen, vind je meer bij het centrum. Er zijn in Libanon voornamelijk privé-stranden waar je vet voor moet betalen als je een duik in de zee wilt nemen. Onderweg passeren we mooie aan gort geschoten Ottomaanse huizen die langs de voormalige bestandslijn tussen Oost en West Beiroet liggen. Bernard Khoury is één van de architecten in Beiroet die hele aparte gebouwen ontwerpt en laat opknappen. We bezoeken het door hem ontworpen Japans restaurant Yabani. Hier worden we verwend met de nieuwste hapjes voor niets. We wandelen naar “down town”, de dure winkelbuurt van Beiroet. Na de burgeroorlog is deze wijk opnieuw opgebouwd.  We staan nog even stil bij de pigeon rocks aan zee. De zon gaat onder. “How are you”, “Do you like Lebanon” klinkt het achter ons. Wij nemen afscheid van een verscheurd land waarin de littekens van de burgeroorlog nog duidelijk zichtbaar zijn. De gastvrije behulpzame mensen hebben een grote indruk op ons achter gelaten. Door hun harde werken zal het land binnenkort weer de status hebben van het “Parijs van het Midden Oosten”.

7月21日

Fietsen in Georgië (2002)

Op de grens tussen Europa en Azië Avontuurlijk fietsen in Georgië Wat de wind brengt, neemt de wind weer mee.(Georgische spreuk)
De wind brengt ons in Georgië. De wegen zijn slecht en er zijn bijna geen toeristen. Gelukkig vinden we de gastvrijheid van de mensen en een schitterende cultuur en landschap.

“Gaumarjos Sakartvelo” oftewel op de overwinning Georgië, klinkt het nadat de toostmeester heeft gesproken. We zitten hier bij een supra: een Georgisch eet- en drinkritueel. De toostmeester oftewel tamada houdt een preek. Tot de grote spijt wordt na het betoog de wijn in één teug opgedronken. De mensen beginnen te zingen. Tussendoor worden heerlijke gerechten gegeten. Er volgen meer toespraken en als laatst spreekt de tamada voor de overledenen en gooit een gedeelte van de inhoud van zijn glas op de grond. De wijn vloeit rijkelijk in dit land, want vele Georgiers maken hun eigen wijn. Khakheti wordt zelfs de wijnstreek van Georgië genoemd.

Cultuurshock in Tbilisi.
Na de supra valt het fietsen ons zwaar. We naderen Tbilisi: de hoofdstad van Georgië. “Oppassen” roep ik, “gat in de weg”. John die achter mij fietst, heeft mij gehoord. De ijzeren putdeksels zijn gestolen of verkocht, want voor ijzer krijgen ze geld. Tbilisi doet denken aan een stad in Zuid-Italië. Mensen flaneren langs de chique winkels en gezellige eethuizen. Maar de werkelijkheid is dat bijna niemand de luxe artikelen uit de mooie winkels kan betalen. In het centrum staat het lelijke hotel Iveria. Het zit vol met vluchtelingen uit Abchazië, die door de vele burgeroorlogen gevlucht zijn naar Georgië. De balkons van dit hotel zijn grotendeels dichtgetimmerd. In het hele land wonen vluchtelingen in oude Sovjethotels. In het centrum van Tbilisi worden oude huizen volop gerestaureerd. Binnenkort zal de stad bloeien. Wat ook bloeit zijn de bosjes bloemen van een oude man. Hij verkoopt ze aan automobilisten om zijn karige pensioen aan te vullen. Helaas heeft niemand belangstelling.

Troosteloos Rustavi
Door grauwe wijken fietsen we Tbilisi uit. Tussen de flats liggen stinkende afvalhopen. In de tijd van Chevarnadze viel in het hele land de elektriciteit regelmatig uit. Liften deden het niet en in de winter zaten de mensen in de kou. Georgië had een torenhoge rekening en daarom zetten de Russen die de toevoer van electriciteit leverden dit regelmatig stop. Vanaf een heuvel kijken we naar de stad Rustavi. Het regent en in het dal zien we honderden grauwe Oostblokflats in de nevel van regen. Boven op de heuvel is de stad het minst troosteloos. Hier ligt een groot kerkhof vol met huisjes, bloemen en kaarsen. Even verderop hoor je gezang wat het geluid van de regen overtreft. Er is een begrafenis gaande. Op het graf staat een tafel waar het eten en drinken op staat. De familie en vrienden staan er omheen. Verderop worden we aangehouden door de politie. “Paspoorten” roepen ze. De agenten hebben veel gedronken en willen onze legitimatie zien. We zijn een uur bezig omdat onze paspoorten worden in het Georgisch worden vertaald. Voor de moeite krijgen we een fles wodka mee. Via een verlaten industriegebied fietsen we naar David Gareja. Bijna alle fabrieken staan leeg. Hier en daar scharrelen herders met koeien en schapen tussen de grote fabriekshallen. De industrie in Rustavi is ingestort omdat er alleen halffabrikaten geproduceerd werden. Die halffabrikaten werden samen met andere producten uit delen van de voormalige USSR samengebouwd tot een eindproduct. Deze halffabrikaten kunnen ze nu niet meer kwijt. Net buiten Rustavi liggen kleine dorpen bevolkt door alle groepen uit Georgië. Ze werkten in de fabrieken voor een hongerloon. Er zijn veel mensen werkeloos en ze verdoen hun tijd veelal met het drinken van wodka. Mensen uit Svaneti in Noordwest Georgië wonen ook hier. De oorzaak dat ze zich hier vestigden was de armoede in hun provincie. Er is een woontoren nagebouwd, die kenmerkend is als woning voor de Svans. In het desolate gebied zoeken we een vrije kampeerplek. Hier gaan onze gedachten naar de prachtige landschappen van het land. We fietsten 3 weken met plezier naar onder andere via Gori naar Uplistsikhe een grottenstad, een belangrijke plaats aan de zijderoute. Hier vandaan naar de mooie stranden van Batumi aan de Zwarte zee. We beklommen de Jvari Ughelt, de kruispas op 2379 meter. Dit is het hoogste punt op de Georgian Militairy Highway. Vanuit hier is het prachtig fietsen naar Kazbegi. In Kazbegi maakten we een mooie wandeling maken naar de Tsminda Sameba kerk op 2170 meter hoogte. Als afsluiting van onze reis in Georgië willen we een fietstocht maken naar de kloosters in David Gareji. De kloosters uit de 6e eeuw na christus liggen in een verlaten landschap wat grenst aan Azerbeidjan.

Aanmodderen in de bergen.
In de bergen naar David Gareji krijgen we te maken met plakmodder. De modder komt terecht tussen de banden en het frame. Fietsen is onmogelijk. Na een paar uur modderworstelen is de enige optie om de smalle reserveband te monteren. Maar dit verbetert het wegdek niet. Eind van de dag zijn we nog steeds aan het modderen. We zien plotseling lichten van een auto. “Onze redding?” Ja, we worden opgepikt door een monnik in een versleten legerbus. We hebben schitterend uitzicht op de zonsondergang over de steppe. “Zo moet Afghanistan eruit zien”, vertelt een jonge monnik met een lange baard. Dit terrein is gebruikt als oefenterrein voor de Russische oorlog in Afghanistan en overal vind je nog resten van bommen. De volgende dag nemen we een andere route naar Tbilisi. De monniken waarschuwen ons voor grote wolven. Met frisse moed fietsen we langs vele halfnomadische nederzettingen in een prachtig berglandschap. De Azeri’s bezitten vee bewaakt door enorme honden. De Azeri’s kijken ons eerst nieuwsgierig aan. Schreeuwend en stenengooiend houden ze de honden van ons weg. We verdwalen nog een stuk omdat het pad ineens ophoudt. Door gras en modder ploeteren we zo’n zeven kilometer naar de doorgaande weg. Met de wind mee verlaten we het land met een gemengd gevoel. Georgië, een nieuwe regering, een land rijk aan cultuur en natuurschoon. Hopelijk krijgen de gastvrije mensen een goede toekomst.

 

Fietsen in Oezbekistan

    

Fietsen in Oezbekistan