Gudy 的个人资料Gudy Rooijakkers reisfot...照片日志列表更多 工具 帮助

日志


9月30日

fietsen in georgie

We zeggen gedag tegen de woontorens in Mestia en we gaan naar het hoogste dorp van Europa. Ushguli ligt op ruim 2200 meter hoogte. We krijgen van Zoya, onze gastvrouw, kachapuri en andere dingen mee voor onderweg. Ze geeft ons voor 2 dagen eten, wat normaal is in Georgie. Naar Ushguli wat 48 km is zullen we niet veel tegen komen. In Mestia heeft de Lika, een Georgische die in Oostenrijk woont voor ons een kamer gereserveerd bij Laert en Eleonora (broer en zus). Bij het vertrek zegt een agent  „De weg is slecht“.  Wij knikken en we roepen „Kargi“ (goed) en lachend fietsen we weg. We klimmen Mestia uit door een bos en we kunnen de Ushba weer zien. De Ushba is de Matterhorn van Georgie. Langs de rivier over een slecht pad klimmen we naar 2200 meter. Helaas blijven we niet op hoogte en krijgen een afdaling naar 1750 meter. Hier ligt een dorp waar de tijd heeft stil gestaan. Sleeen getrokken door koeien brengen het hooi naar de schuur. Al het werk op het boerenland gebeurt ook zonder machines.
 
Na dit dorp moet er een hek geopend worden en dit is de ingang van een prachtig natuurgebied. Bossen en een diepe kloof waar we door heen fietsen. Het klimmen gaat hier ook wat moeilijker en af en toe stappen we af om de fietsen voor te slepen. We doen over de 48 kilometer de hele dag, omdat het een prachtig landschap is, maar ook heftig fietsen.
  
In Ushguli hebben we uitzicht op de hoogste berg van Georgie ongeveer 5200 meter hoog. Ushguli is een verzameling van 4 kleine dorpjes. In de buurtschappen is het uitgestorven. Een enkele bejaarde man of vrouw loopt hier rond. Bij ons gasthuis zijn 4 Israelische wandelaars gearriveerd. We gaan met hun en hun gids naar een tuin waar je bier kan krijgen. S avonds eten we gezamelijk met Laert en de gids van de Israeliers. Weer wordt er bier geopend. Bier is hier te verkrijgen in grote plastic flessen van 2 liter. Het eten is veel en voedzaam.
 
Voordat we de afdaling krijgen is het nog 7 kilometer klimmen naar een pas van bijna 2650 meter hoog. We zien overal gletschers om ons heen. Hierna volgt de steile afdaling en na 18 kilometer krijgen we een verlaten dorp. Geen enkele auto komen we op dit traject tegen.  Na 40 kilometer volgen er kleine dorpen. We fietsen aan de schaduwkant van de bergen wat betekend dat we veel door plassen moeten fietsen. We zien er vies en modderig uit net als de varkens die over straat lopen.
 
In Sasasi kunnen we bij Omechi en zijn familie overnachten. We zetten onze fietsen bij zijn huis neer en gezamelijk wandelen we naar een bron. Eigenlijk zijn we best moe van het fietsen maar het is maar een wandeling van 20 minuten. We lopen via een kerkhof met een Svan toren. Omechi kijkt treurig en wijst naar het graf van zijn vader, die een paar maanden geleden aan een hartaanval is overleden. We lopen verder door het bos naar de bron voor mineraal water. De bron ligt temidden van een vervallen kuuroord. Er staan ongeveer 20 vakantiehuizen allemaal op instorten. Ooit was hier een bioscoop met de nieuwste russische films. Maar het water is er niet minder om geworden.
 
In de avond organiseert Omechi en zijn vrienden een supra voor ons. Veel eten en veel wijn. Er wordt getoast op de familie, hierna wordt gegeten, getoost op vriendschap, en weer wordt er gegeten, getoost op onze families en er wordt weer gegeten als slot op de overledenen. Hier laat hij een drupje wijn op zijn bord vallen. Supra is een serieuze bedoeling. Als de tamada (toaster) aan het praten is mag je nog niet gaan drinken en eten. Als hij klaar is met zijn preek zegt hij  „Gaumarjos“ (de overwinning is aan u). Tijdens dit toasten zijn we blij dat we in het huis mogen slapen, want buiten regent het hard.
  
In 1858 schreef Alexander Dumas een boek over de Kaukasus met een citaat. „De Kaukasus is een prachtig gebied als de sneeuw niet zo koud was en de wegen niet zo slecht waren“ Dat laatste hebben we ondervonden. De sneeuw hebben we gezien op foto’s van Omechi. Waar hij woont in Lager Svanetie ligt 6 maanden per jaar sneeuw.
 
De Rioni rivier volgen wij. Hier speelde ooit de mythe zich af van Jason en het Gouden vlies met zijn schip de Argo. We klimmen en dalen langs de Rioni rivier naar de stad Kutaisi. Hier hebben we een paar rustdagen. In Kutaisi wijst Chris een NGO'er (Non Govermental Organisation) uit Amerika ons de weg. Dat is nog al handig, de meeste straten hebben geen borden. We gaan met  hem uit eten. Op de terug weg horen we een hoop herrie. Honderden georgische mannnen bekijken een rugby wedstrijd op een groot scherm in een park.
 
Vandaag bezoeken we per fiets de Gelati kerk waar David de Bouwer en Koningin Tamara liggen begraven. Deze mensen zijn belangrijk voor de geschiedenis van Georgie. Wij hebben nog een paar weken te gaan in Georgie en dan behoort dit ook tot geschiedenis. Wij bedanken we alle lieve gastvrije mensen in dit mooie land.
-2007 Svaneti
In het noordoosten van Georgië ligt de streek Svaneti. Svaneti ligt heel afgelegen in de hoge Kaukasus. Hierdoor hebben veroveraars als Turken, Perzen en Russen er nooit invloed gehad. Modern comfort als auto's en electriciteit pas in de laatste jaren voorhanden.
Je ziet hier rondom bergen van 4000 tot 5000 meter hoogte, woeste kloven en de bevolking woont in middeleeuwse woontorens.
 
De wegen zijn met geen pen te beschrijven, het voordeel is dat je een auto minstens tien minuten van te voren hoor aankomen.
Tussen de huizen en de imposante toren scharrelen varkens in de modderige straatjes. Omdat Svaneti nooit is veroverd door anders gelovenden hebben ze hun eigen religie goed kunnen bewaren. Ze zijn Georgisch orthodox christelijk, en in hun rituelen vind je veel voorchristelijke gebruiken terug. Zo offeren ze dieren om onze lieve heer om een gunst te vragen en knopen lintjes in wensbomen.
In deze streken in bloedwraak een hobby die met veel liefde wordt gebezigd.
 

Svanetië is lang afgesloten geweest van de buitenwereld. De eerste echte weg naar Svanetië werd in 1937 aangelegd en televisie is er sinds 1975. De val van de Sovjet-Unie en de Georgische burgeroorlogen maakten de provincie opnieuw tot de geïsoleerde plek die het van oudsher is. Pas sinds kort zijn er opnieuw wat middelen om wegen en infrastructuur te onderhouden. Maar tegen een kletsnatte lente én zomer is geen bulldozer opgewassen.

 
Na een hobbelige rit in de nachttrein van Tbilisi naar Zugdidi zijn we in de ochtend om half 6 aangekomen. We wachten met fietsen tot het licht geworden is.

Na vijf kilometer fietsen breekt een rail van John zijn zadel in tweeen. Lastig, maar gelukkig weten we in het dorp Dzvari een soort smit te vinden, na een kwartier lassen zitten er twee stalen stangetjes onder de rails, en kunnen we echt beginnen. Ondertussen probeer ik (Gudy) te communiceren met de vrouwen in het dorp. Ze runnen winkels en restaurants. Vaak hebben ze voor hun huwelijk een ander beroep, zoals lerares of secretaresse. Ze gaan trouwen, krijgen kinderen en om wat extra bij te verdienen hebben ze een klein winkeltje aan huis.

We klimmen verder omhoog en we gaan op zoek naar een slaapplaats. We zien een gebouw wat op een hotel lijkt en besluiten daar heen te fietsen. Bij een slagboom worden we tegen gehouden. "Militsia" verteld een van de bewakers. We mogen wel doorfietsen naar het begin van een stuwmeer. In het grote gebouw zijn we welkom bij het hoofd van de politie. We groeten hem in het Georgisch en vertellen hem waar we vandaan komen. "Sandra" is zijn antwoord. Hij spreekt Georgisch en Russisch dus communiceren gaat weer een beetje moeilijk. Hij is verrast dat we wat woorden georgisch spreken en we krijgen een boek kado over de laatste politieke ontwikkelingen van Georgie. We proberen hem uit te leggen dat we deze geheimtaal niet kunnen lezen, maar het boek moet mee naar Nederland. Hij verteld ons dat we de tent op kunnen zetten in de tuin met uitzicht op het stuwmeer. 's Avonds krijgen we een bord vlees, kaas en brood van de heren. Als de zon onder is gaan we de tent in. Het is flink koud.

De volgende dag fietsen we 30 kilometer langs het azuurblauwe stuwmeer. De weg langs het meer is soms onverhard en gaat behoorlijk op en neer. We stoppen bij een blokhut. Hier eten we khachapuri, het beroemde georgische kaasbrood. In onze ogen een broodje cholestrol. Brood gevuld met boter, kaas en eieren. Trots showt de eigenaar van het restaurant zijn keuken die uitzicht heeft op het stuwmeer.

Na een paar uur fietsen hebben we weer honger. En weer is daar een blokhut waar we stoppen. Binnen zitten allemaal mannen en roepen "Gaumarjos" (op de overwinning). Ik maak een foto van ze en ze willen ook nog bij hun auto op de foto. Natuurlijk is niemand de BOB.

In Georgie gebeuren veel auto-ongelukken doordat dronken mensen een ravijn in rijden of in slaap vallen. Langs de kant van de weg vindt je dan ook veel graven. Vaak met een prachtig uitzicht. De begraafplaatsen in Georgie zien er mooi uit. De mensen maken er veel werk van. Als je van veraf aan komt fietsen is het net alsof je een park met tuinhuizen tegemoet rijdt. Rouwkleding is in Georgie gebruikelijk tot een jaar na de begrafenis. Vele mensen in de bergen dragen zwart en ook zie je vaak dat ze een medaillon van hun overleden familielid dragen of een broche aan de kant van het hart gespeld op de blouse.

We fietsen een prachtige kloof in en hierna komen we geen eethuizen meer tegen. We kunnen lekker doorfietsen. Rond 6 uur maken we ons zorgen want we hebben nog geen overnachtingsplek. In dit gebied wordt het niet aangeraden om wild te kamperen. We komen een uiteindelijk een kleine blokhut tegen en rijden daar met onze fietsen het erf op. Grote honden blaffen. Caucasische honden zijn groot. Ze hebben gecoupeerde oren en zijn ervoor om de wolven tegen te houden. Oppassen dus. Nona komt aanrennen en jaagt ze weg. "Karawi"? vraag ik (kamperen). Nona legt uit dat we eerst moeten eten en daarna de tent kunnen opzetten. We krijgen een heerlijke maaltijd van haar met zelfgemaakte produkten en een glas wijn. We toasten op Georgie en op Nederland. Met het georgisch woordenboek kunnen we toch nog wat communiceren met elkaar. Nona is directrice van een weeshuis geweest en nu runt ze een winkel. Nona laat mij een dans zien uit Svanetie en zingt een lied uit Svanetie. Ze is duidelijk trots om Svan te zijn.

De volgende ochtend gaan we nog 45 kilometers naar Mestia. Hier slapen we voor het eerst in een huis. Zoya is een goede gastvrouw en kookt goed. We genieten hier van de hoge bergen en de mooie uitzichten op de woontorens die al duizenden jaren oud zijn. De dorpen in Svanetie kenmerken zich door hun hoge woon en wachttorens. Vroeger als de vijand kwam vluchtten de mensen in de toren. De ingang van de toren zit ongeveer 5 meter boven de grond en is alleen per ladder te bereiken. Zo zaten de families veilig. Saakashvili heeft in Svanetie een aantal bendes laten oppakken die een aantal jaren geleden toeristen overvielen. Nu is Svanetie weer wat drukker bezocht door de toeristen. We wandelen wat door dorpen en maken contact met de mensen. Ze zijn allemaal even hartelijk tot nu toe.

Vijf jaar eerder, oktober 2002 waren we voor het eerst in Georgie. Shevarnadze was aan de macht en het land stond aan de rand van faillissement. Corruptie vierde hoogtij. Nu Vijf jaar later 2007, Tbilisi is gedeeltelijk gerenoveerd en nog steeds zijn ze hard aan het werk om er een mooie stad van te maken.

We slapen we bij Nasi Gvedtadze, een gepensioneerde dame die haar huis verhuurd om de eindjes aan elkaar te knopen.

Gepensioneerden in Georgië hebben het niet makkelijk. De één verkoopt zijn huisraad, de andere bloemen en Nasi spreekt Duits,
dus kan met westerlingen communiceren en zo wat centen verdienen.  Frau Nasi herkent ons meteen en komt gelijk met haar fotoboekje aan. Hier vinden we verschillende foto's van ons, maar ook van andere toeristen. Zij is heel blij met een foto als herinnering.
 
Het regime in Nasi's homestay is heel streng. Zitten op het bed is vragen om een standje, want zitten doe je op een stoel!
Op het toilet vind je krantenpapier in plaats van wc papier of geen wcpapier. Zelfs voor het inpluggen van een batterijlader vraagt ze geld.
Het huis van Nasi ligt in een leuke wijk met de naam Marjanishvili. Het metro station is dichtbij dus de hele stad is makkelijk te bereiken.
De gesprekken op de veranda met Frau Nasi zijn heel gezellig. Ze heeft een brede algemene intersesse in verschillende landen. We geven haar een boekje over Nederland kado. Ze weet veel over Georgië en heeft alle adressen van andere homestays. 
 
De eerste dag hebben we direct Dhr. Eduard Roelofs gebeld. "Jullie worden verwacht", zei hij. Om half zeven staan wij bij de opera op hem te wachten. Twee geblindeerde mercedessen komen ons ophalen en we worden naar een theater gebracht aan de rand van de stad. Hier treed een kamerorkest op met o.a. kaukasische klassieke muziek, maar ook europees werk spelen ze. Het is voornamelijk vioolmuziek. We praten na afloop wat met Eduard en Magda, de ouders van Sandra. Met een kleerkast van een lijfwacht stappen we in de geblindeerde mercedes en hij brengt ons weer naar het huis van Frau Nasi.
 
De volgende dag hebben we een oneindige hoeveelheid bruidsparen gezien in en rond de kerken van de oude stad. Zaterdag is de trouwdag in Georgie. Toeterend rijden de auto's door de stad.
In de Metheki kerk dopen ze kinderen maar ook volwassenen op zaterdag.  De mensen staan in een plastic teil en er wordt door de geestelijke water over hun heen gesprenkeld. Aan het eind van dit ritueel wordt er aan 4 kanten een stuk haar afgeknipt. Ze krijgen een kruis aan een ketting die ook in het water gedompeld is.
 
In de namiddag hebben we Frank van Rijn ontmoet en even later zaten we met hem en de vader van Sandra Roelofs in een cafe. "Cyankali moet je eten", zegt Frank verheugd. Wij kijken hem even bedenkelijk aan. Kinkhali is een georgisch gerecht. Het is een soort ravioli met vlees en bouillon. "Je moet het eruit slurpen" vertelde Eduard. Wij begonnen heel onhandig aan deze grote ravioli dingen die we 5 jaar geleden ook al meer hebben gegeten.
Plotseling komt het nichtje van Eduard binnen en daarna stapt Sandra naar binnen.
De bezoekers van het cafe staarden haar met open monden aan. De deur van het cafe wordt afgeschermd door bodyguards. Sandra is heel populair in Georgie en de mensen waarderen haar voor haar humanitaire hulp en het goed spreken van de talen.
 
Vijf jaar eerder fotografeerde ik een oude man in Tbilisi in de joodse wijk. Het toeval is dat we hem nu ook weer tegen komen op een bankje. Hetzelfde geld voor onze ontmoeting met Elza Kobrava. In de nieuwe Sameba kerk boven de stad herkent ze ons en is erg blij om ons weer te zien. Over twee weken gaan we haar weer zien en een hapje met haar eten. 
We gaan ook de stad verkennen en door de straten en parken lopen. Onder de platanen zitten oude mannen te kaarten. Ze vragen mij "Sadauri char"? Waar kom je vandaan? " Hollandia", zei ik. "Sandra, Sandra" roepen ze verheugd in koor. De mensen zijn heel blij als je een paar woorden Georgisch spreekt en ik doe hier dan ook mijn best op. Onderweg ontmoeten we Amalia een stevige vrouw uit Abchazie. Ze is weduwe want ze draagt zwart. Alle weduwen dragen een jaar lang zwarte kleding. Ze verkoopt kaarsjes om wat geld bij te verdienen.